Rechterlijke bevoegdheid tot opvragen (nieuwe) machtiging

X stelt dat het hof geen grond had om een nieuwe machtiging te vragen die is gegeven na de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad overweegt dat een rechter op grond van art. 8:24, lid 2, Awb bevoegd is een dergelijke machtiging te vragen van een gemachtigde die geen advocaat is. Voor het opvragen van een machtiging is niet vereist dat de bestuursrechter in redelijkheid aanleiding kon vinden om eraan te twijfelen of de vertegenwoordigingsbevoegdheid bestaat. Om te kunnen beoordelen of een schriftelijke machtiging is ondertekend door de volmachtgever, mag de bestuursrechter om legitimatie van deze persoon vragen. De bestuursrechter is niet verplicht te motiveren waarom hij een recente machtiging en/of legitimatie van de volmachtgever (op)vraagt. Indien degene die zich als gemachtigde heeft gesteld geen machtiging overlegt of als de volmachtgever zich niet legitimeert, is sprake van verzuim. De rechter kan het bij hem ingestelde rechtsmiddel vanwege een dergelijk verzuim niet-ontvankelijk verklaren, op voorwaarde dat de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een door de rechter gestelde redelijke termijn, en er geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat dit verzuim verschoonbaar is. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.