23 december 2021
Formeel / Heffingsambtenaar moet binnen 2 weken uitspraak doen op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag
De aanslag forensenbelasting voor het jaar 2017 is gedagtekend op 30 juni 2017. De aanslag 2018 is opgelegd op 30 juni 2018. X maakt op 20 november 2018 in één geschrift bezwaar tegen de beide aanslagen. X heeft de heffingsambtenaar op 12 oktober 2019 in gebreke gesteld. De heffingsambtenaar heeft nog geen uitspraak op bezwaar voor 2017 gedaan. Het beroep wegens het niet tijdig beslissen is gegrond. Op grond van art. 8:55d lid 1 Awb bepaalt de rechtbank dat de heffingsambtenaar binnen 2 weken na de dag waarop deze uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt voor belastingjaar 2017. (...)Lees meer23 december 2021
Forensenbelasting / Verordening niet buiten toepassing gelaten
Bij amendement is het tarief meer dan verdubbeld. X stelt dat hij door de tariefsverhoging voor de forensenbelasting onevenredig wordt getroffen, en dat de verordening voor hem buiten toepassing moet worden gelaten. De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat de aan het amendement ten grondslag gelegde feiten (zoals de toename van het aantal forensen) juist zijn. Evenmin is gebleken dat de raad informatie vergaard heeft over de gevolgen van de (relatief forse) tariefsverhoging voor ’bestaande’ forensen en vervolgens hun belangen heeft afgewogen tegen het (algemene) belang van de tariefsverhoging. (...)Lees meer22 december 2021
WOZ / Indexeringscijfers Waarderingskamer weerspiegelen marktontwikkeling
X betwist de juistheid van de door de heffingsambtenaar van de gemeente Reusel-De Mierden gebruikte indexeringspercentages van de Waarderingskamer. Dit indexeringscijfer is de wijziging die de WOZ-waarden in dat jaar hebben ondergaan, maar zegt volgens X niets over de marktprijzen. De rechtbank overweegt dat de cijfers van de Waarderingskamer een beeld geven van de gemiddelde ontwikkeling van WOZ-waarden van woningen per gemeente en de marktontwikkeling weerspiegelt. (...)Lees meer21 december 2021
WOZ / Geen schending inzageplicht omdat KOUDV-factoren pas in beroep worden vastgesteld
X stelt dat de heffingsambtenaar stukken die betrekking hebben op de KOUDV-factoren te laat heeft verstrekt. De heffingsambtenaar heeft toegelicht dat pas in de beroepsfase een object inpandig wordt opgenomen en individueel getaxeerd. Bij de vergelijkingsobjecten is de taxateur niet binnen geweest maar is marktonderzoek verricht. Op basis van verkoopinformatie en inlichtingenformulieren van de nieuwe bewoners worden dan de KOUDV-factoren bepaald. De gemachtigde van X verklaart in de bezwaarfase slechts te hebben gevraagd naar een taxatieverslag en niet naar bijvoorbeeld de objectkenmerken van de referentieobjecten. (...)Lees meer16 december 2021
Onroerende-zaakbelasting / Gebruik van kortdurende aard wordt niet aangemerkt als ‘wonen’
X is eigenaar van 18 recreatiewoningen, een clubhuis/brasserie, een golfbaan, twee opslagruimten, parkwegen, een parkeerterrein en overige grond. Partijen gaan er van uit dat sprake is van een niet-woning. X stelt dat voor de recreatiewoningen de woondelenvrijstelling van toepassing is. De rechtbank overweegt dat bij het bepalen van de woondelenvrijstelling niet langer het geschiktheidscriterium, maar het bestemmingscriterium van toepassing is. Met het bestemmingscriterium wordt kennelijk bedoeld dat alleen iets dat bestemd is om enigszins duurzaam voor menselijke bewoning te dienen, onder die vrijstelling kan vallen. (...)Lees meer15 december 2021
