14 juni 2024
Formeel / Rechtbank is niet gebonden aan richtlijnen van het hof
X stelt in cassatie dat de rechtbank bij het vaststellen van de vergoeding van kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand ten onrechte is uitgegaan van de wegingsfactor 0,5. Volgens X was er, volgens de richtlijnen van Hof ’s-Hertogenbosch van 11 november 2021 (ECLI:NL:GHSHE:2021:3315), geen aanleiding af te wijken van wegingsfactor 1. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank niet gebonden is aan de door het Hof ’s-Hertogenbosch geformuleerde richtlijnen.Lees meer14 juni 2024
Formeel / Aanpassing regels aangaande ‘financieel belang bij procedure’
De Hoge Raad heeft tot nu toe aangenomen dat de omvang van het financiële belang alleen dan tot gevolg heeft dat geen vergoeding van immateriële schade hoeft te worden toegekend, wanneer het financiële belang bij een belastingprocedure minder is dan € 15. In sterk toenemende mate worden belastingprocedures gevoerd in de hoop en verwachting een vergoeding van immateriële schade en proceskosten te verkrijgen vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. Voortaan zal de Hoge Raad tot uitgangspunt nemen dat zich een bijzondere omstandigheid voordoet, wanneer het financiële belang bij de procedure minder dan € 1.000 bedraagt, en de redelijke termijn met niet meer dan 12 maanden is overschreden. (...)Lees meer12 juni 2024
Parkeerbelastingen / Oogmerk van begunstiging door vernietiging andere naheffingsaanslag
X doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel en voert aan dat de heffingsambtenaar in een andere zaak heeft geoordeeld dat de kosten van de naheffingsaanslag op een te hoog bedrag zijn vastgesteld en dat daarom de naheffingsaanslag is vernietigd. Volgens de rechtbank is sprake van een oogmerk tot begunstiging. X heeft een uitspraak op bezwaar van een andere belastingplichtige overgelegd, die ziet op een naheffingsaanslag parkeerbelasting, opgelegd door dezelfde gemeente en in hetzelfde belastingjaar. De heffingsambtenaar heeft in die zaak erkend dat de kosten van de naheffingsaanslag op een te hoog bedrag zijn vastgesteld. Met die erkenning heeft de heffingsambtenaar de andere belastingplichtige begunstigd en was er sprake van een welbewuste bevoordeling. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van X daarom ten onrechte ongegrond verklaard.Lees meer11 juni 2024
Formeel / Verlenging redelijke termijn door coronamaatregelen
Het maken van een afspraak voor een inpandige opname is volgens het hof doorkruist door de wereldwijde uitbraak van het coronavirus en de (beperkende) overheidsmaatregelen als gevolg daarvan. De behandeling van het bezwaar heeft daardoor in ieder geval 2 maanden vertraging opgelopen. Gelet op de te voorziene vertraging was het niet meer dan redelijk dat de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum na verloop van tijd heeft gezocht naar een passend alternatief voor een inpandige opname. Door telkens niet (inhoudelijk) te reageren op het verzoek om foto’s heeft de behandeling van het bezwaar verdere vertraging opgelopen. (...)Lees meer07 juni 2024
Precariobelasting / Algemeen geformuleerde restbepaling onvoldoende voor toepassing overgangsregeling
De heffingsambtenaar van de gemeente Uitgeest heeft in december 2019 aan X, een netbeheerder, op basis van een restbepaling in de verordening aanslagen precariobelasting opgelegd voor het gasleidingnetwerk voor de belastingjaren 2016 en 2017. Het hof oordeelde dat het de gemeente niet was toegestaan om op basis van deze restbepaling na 30 juni 2017 nog precariobelasting te heffen voor de gasleidingen (nieuwsservice 2023, week 8). De Hoge Raad oordeelt dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat de tijdelijke uitzondering alleen is bedoeld voor gemeenten die “op 10 februari 2016 een tarief (…) hebben opgenomen in een belastingverordening voor precariobelasting op nutsnetwerken”. (...)Lees meer05 juni 2024
