Algemeen geformuleerde restbepaling onvoldoende voor toepassing overgangsregeling
De heffingsambtenaar van de gemeente Uitgeest heeft in december 2019 aan X, een netbeheerder, op basis van een restbepaling in de verordening aanslagen precariobelasting opgelegd voor het gasleidingnetwerk voor de belastingjaren 2016 en 2017. Het hof oordeelde dat het de gemeente niet was toegestaan om op basis van deze restbepaling na 30 juni 2017 nog precariobelasting te heffen voor de gasleidingen (nieuwsservice 2023, week 8, ECLI:NL:GHAMS:2023:259). De Hoge Raad oordeelt dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat de tijdelijke uitzondering alleen is bedoeld voor gemeenten die “op 10 februari 2016 een tarief (…) hebben opgenomen in een belastingverordening voor precariobelasting op nutsnetwerken”. Hiermee heeft de wetgever het oog gehad op een verordening precariobelasting waarin een specifiek tarief is opgenomen voor leidingen, buizen en kabels. Voor toepassing van het overgangsrecht is het niet voldoende dat in de gemeente een verordening gold die weliswaar een mogelijkheid biedt tot het heffen van deze belasting, maar slechts via toepassing van een algemeen tarief voor overige voorwerpen als restcategorie.
Terug naar kennisbankDATUM:
07 juni 2024
ECLI:
ECLI:NL:HR:2024:821
ZAAKNUMMER:
23/00876
INSTANTIE:
Hoge Raad
