Weigering om contant te betalen

Aan X is een belastingaanslag opgelegd. Niet in geding is of de aanslag terecht is opgelegd. X wil echter de belasting contant betalen, hetgeen door de ontvanger is geweigerd. De vraag die in verzet voorligt, is of een weigering om contant te betalen kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van art. 1:3 Awb. De rechtbank meent dat dit niet het geval is, nu de handelingswijze van de ontvanger kan worden aangemerkt als de weigering om een feitelijke handeling te verrichten. Dat is als zodanig geen besluit waar de Awb beroep tegen openstelt. Het verzet van X wordt dan ook ongegrond verklaard. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.