Certificaatwaarde en mandeligheid

De woning is gelegen op een recreatiepark, dat wordt beheerd en onderhouden door een exploitatiemaatschappij, waarvan de aandelen zijn ondergebracht bij een stichting. De certificaten van de stichting zijn in handen van de eigenaren van de recreatiewoningen. X is houder van één certificaat en voert aan dat de waarde daarvan uit de verkoopprijs van de referentiewoning dient te worden geëlimineerd. De rechtbank oordeelt dat het certificaat vergelijkbaar is met een aandeel in mandeligheid in gezamenlijke ruimtes. Indien de mandeligheid onlosmakelijk is verbonden aan de woning en niet onafhankelijk kan worden overgedragen en niet bestemd is om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt, kwalificeert de woning samen met het aandeel in mandeligheid als één onroerende zaak. Voor zover er een WOZ-beschikking is afgegeven voor een gemeenschappelijke ruimte, is het niet juist om de volledige waarde van het certificaat te betrekken bij de berekening van de waarde van de recreatiewoning. De certificaatwaarde moet naar rato worden meegenomen in de waardebepaling, afhankelijk van het percentage onroerende zaken die als gemeenschappelijke ruimtes kwalificeren en waarvoor geen zelfstandige WOZ-beschikking is vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft niet aannemelijk gemaakt hoe de certificaatwaarde zich verhoudt tot de onroerende zaken van de exploitatiemaatschappij en hoe de toerekening plaats moet vinden.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.