Belastingplicht bij een deelauto
X is een bedrijf dat deelauto’s verhuurt, en stelt dat de naheffingsaanslagen niet aan haar moeten worden opgelegd, maar aan degene die als laatste huurder kan worden aangemerkt en de auto heeft geparkeerd. De rechtbank overweegt dat “ten tijde van het parkeren” niet ziet op het moment dat de huurder het voertuig heeft neergezet, maar op het moment dat de parkeercontroleur constateert dat sprake is van parkeren. Dat betekent dat als de auto niet is verhuurd op het moment dat de parkeercontroleur constateert dat sprake is van parkeren zonder betalen, de naheffingsaanslag niet aan de eerdere huurder wordt opgelegd, maar aan de kentekenhouder. Ook als gekeken wordt naar het doel van de regel (teleologische interpretatie), is het moment waarop de parkeercontroleur constateert dat er sprake is van parkeren in de zin van de Gemeentewet en de Verordening doorslaggevend. Als ervanuit wordt gegaan dat de naheffingsaanslag moet worden opgelegd aan degene die de auto voorafgaand aan de constatering van de parkeercontroleur als laatste heeft gehuurd (de eerdere huurder), kunnen er bewijsrechtelijke problemen ontstaan. Het is niet aan de heffingsambtenaar om uit te zoeken wie in de periode na afloop van de huur en op het moment van constatering van het parkeren verantwoordelijk kan worden gehouden voor voldoening van de naheffingsaanslag.
Terug naar kennisbankDATUM:
15 april 2025
ECLI:
ECLI:NL:RBROT:2025:4661
ZAAKNUMMER:
23/5416 t/m 23/5440
INSTANTIE:
Rechtbank Rotterdam
