24 januari 2023
Precariobelasting / Algemeen geformuleerde restbepaling onvoldoende voor toepassing overgangsregeling
De heffingsambtenaar van de gemeente Uitgeest heeft in december 2019 aan X, een netbeheerder, op basis van een restbepaling in de verordening aanslagen precariobelasting opgelegd voor het gasleidingnetwerk voor de belastingjaren 2016 en 2017. Het hof oordeelt dat de gasleidingen op 1 januari 2016 aanwezig waren. De (materiële) belastingschuld is ontstaan op 1 januari 2016 en de aanslag is naar het vaste jaartarief opgelegd. De bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag voor 2016 is vervallen op 1 januari 2019. (...)Lees meer17 januari 2023
Marktgelden / Hoger tarief voor markt met gunstiger ligging
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam heeft voor het innemen van een plaats op diverse markten marktgelden geheven. Voor één locatie is het basistarief hoger dan voor de andere markten. De rechtbank oordeelt dat de gemeenteraad met de tariefstelling de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet heeft overschreden. De keuze om bij de indeling van tariefklassen uit te gaan van een beredeneerde schatting van de relatieve verdienpotentie van de markten binnen de categorie ‘dagmarkten centrum en 19e-eeuwse wijken’, is begrijpelijk en niet onredelijk (nieuwsservice 2022, week 33). (...)Lees meer06 september 2022
Onroerende-zaakbelasting / Onvoldoende aannemelijk dat zorgvilla een niet-woning is
De heffingsambtenaar gaat ervan uit dat bij zorgobjecten, zoals deze zorgvilla, in alle ruimten meer dan incidenteel zorg door personeel wordt verleend en deze daarom niet kunnen kwalificeren als in hoofdzaak tot woning dienend. De heffingsambtenaar heeft geen onderzoek gedaan naar aard en wijze waarop deze onroerende zaak is ingericht en naar de (per te onderscheiden gebouwdeel te beoordelen) vraag of de woonfunctie daarvan overheersend is. Ook is geen onderzoek gedaan naar de wijze waarop de te onderscheiden woondelen feitelijk worden gebruikt. (...)Lees meer18 augustus 2022
Formeel / Vaststelling van de factor zaakzwaarte is sterk met waardering van feitelijke aard verweven
X stelt dat de heffingsambtenaar en ook de rechtbank de zaak, die handelt over een naheffingsaanslag parkeerbelasting, ten onrechte als ‘zeer licht’ hebben aangemerkt. De rechtbank overwoog dat gemachtigde heeft volstaan met het overleggen van de verklaring van zijn cliënt. Het hof stelt voorop dat het de beslissing van de rechtbank en de heffingsambtenaar inzake de (proces)kostenveroordeling niet marginaal, maar volledig toetst. Dit laat onverlet dat de vaststelling van de factor zaakzwaarte sterk met een waardering van feitelijke aard is verweven en dat niet gezegd kan worden dat het bestuursorgaan of de rechtbank in dit geval een onjuiste afweging heeft gemaakt. (...)Lees meer21 juli 2022
Formeel / Bezwaar tegen dwangsombesluit kan geen voorwerp zijn van het verbeuren van een dwangsom
X stelt dat de rechtbank ten onrechte geen dwangsom heeft toegekend voor de ingebrekestelling wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar tegen het dwangsombesluit. Het hof overweegt dat een ingebrekestelling niet een aanvraag is als bedoeld in art. 4:17 lid 1 Awb. Een dwangsombesluit dan wel een bezwaar tegen een dwangsombesluit kan daarom geen voorwerp zijn van het verbeuren van een dwangsom.Lees meer21 juni 2022
