Algemeen geformuleerde restbepaling onvoldoende voor toepassing overgangsregeling
De heffingsambtenaar van de gemeente Uitgeest heeft in december 2019 aan X, een netbeheerder, op basis van een restbepaling in de verordening aanslagen precariobelasting opgelegd voor het gasleidingnetwerk voor de belastingjaren 2016 en 2017. Het hof oordeelt dat de gasleidingen op 1 januari 2016 aanwezig waren. De (materiële) belastingschuld is ontstaan op 1 januari 2016 en de aanslag is naar het vaste jaartarief opgelegd. De bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag voor 2016 is vervallen op 1 januari 2019. Ten aanzien van de aanslag 2017 oordeelt het hof dat het volgens het overgangsrecht niet voldoende is dat in een op 10 februari 2016 geldende verordening een algemeen geformuleerde restbepaling is opgenomen. Zo’n ruime uitleg strookt niet met de in de wetsgeschiedenis vermelde voorwaarde dat in de verordening een tarief moet zijn opgenomen voor precariobelasting op nutsnetwerken. Het is de gemeente niet toegestaan om na 30 juni 2017 precariobelasting te heffen voor de gasleidingen.
Terug naar kennisbankDATUM:
24 januari 2023
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2023:259
ZAAKNUMMER:
22/00123 en 22/00124
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
