28 juni 2024
Parkeerbelastingen / Conclusie A-G, kostenverhaal is niet aan te merken als een criminal charge
X heeft zich bij aankomst aangemeld als parkeerder. Zodra hij bij zijn vader was, meldt die hem aan als bezoeker en meldt X zich weer af. De vader van X zag pas 2 uur later dat de aanmelding was mislukt. X vindt dat hij voor een kleine (invoer)fout hard wordt gestraft en wijst erop dat uit de parkeerhistorie blijkt dat altijd werd betaald. De rechtbank ziet nadelige consequenties voor de rechtsbescherming van de rechtszoekende en stelt de Hoge Raad een aantal prejudiciële vragen (nieuwsservice 2023, week 50). A-G Pauwels constateert dat de rechtbank in wezen wenst te vernemen of de belastingrechter de ruimte heeft om te beoordelen of de gedraging die aanleiding geeft tot het opleggen van de naheffingsaanslag verwijtbaar is (verwijtbaarheidstoets) dan wel of het kostenverhaal passend en geboden is (passend-en-gebodentoets). De A-G meent dat die ruimte er (nagenoeg) niet is. Het kostenverhaal is niet aan te merken als een criminal charge. Lees meer31 mei 2024
WOZ / Ondanks beschikking aan erven kan X ook medebelanghebbendenbeschikking opvragen
X is samen met zijn zus medegerechtigde van enige onroerende zaken als gevolg van het overlijden van hun vader. X heeft op grond van art. 28 Wet WOZ de heffingsambtenaar verzocht medebelanghebbendebeschikkingen te nemen. Volgens het hof is dat verzoek terecht afgewezen omdat al reguliere WOZ-beschikkingen ten name van de erven zijn genomen. X heeft de mogelijkheid gehad om tezamen met zijn zus rechtsmiddelen aan te wenden tegen die WOZ-beschikkingen (nieuwsservice 2023, week 35). A-G Pauwels constateert dat hoven verschillend oordelen. Het verschil is gelegen in een andere opvatting over het antwoord op de vraag of een WOZ-beschikking op naam van de erven geldt als te zijn ‘toegezonden’ in de betekenis van art. 28 Wet WOZ aan de erfgenaam. (...)Lees meer10 mei 2024
Afvalstoffenheffing / Conclusie A-G, heffing naar verschillende grondslagen
Aan X zijn door de heffingsambtenaar van de gemeente Sint-Michielsgestel voor de afvalstoffenheffing afzonderlijke aanslagen voor het vaste en variabele deel opgelegd. Het hof heeft de laatste (voor het aantal ledigingen) vernietigd, omdat uit de verordening niet voldoende duidelijk volgt of sprake is van een tijdvak- of tijdstipheffing. Het oordeel van het hof dat afzonderlijke aanslagen mogen worden opgelegd, is juist. De verordening voldoet aan de eisen van art. 217 Gemeentewet ook wat betreft de belasting per lediging. Het essentialium ‘het tijdstip van beëindiging van de heffing’ heeft geen betrekking op de kwestie van een tijdvakheffing of een tijdstipheffing. (...)Lees meer01 maart 2024
WOZ / Conclusie A-G, te ruime interpretatie van het Schiphol-arrest
X is eigenaar en gebruiker van onroerende zaken op 2 locaties waar een glastuinbouwbedrijf wordt geëxploiteerd. De heffingsambtenaar van de gemeente Westland heeft voor elk van de 2 onroerende zaken afzonderlijk een WOZ-beschikking gegeven. X meent dat de onroerende zaken een samenstel vormen in de zin van art. 16 aanhef en onder d. Wet WOZ. Het hof heeft X in het ongelijk gesteld en daarbij in aanmerking genomen de geografische omstandigheden en omstandigheden die de afzonderlijke bruikbaarheid betreffen (nieuwsservice 2023, week 6). De A-G leidt uit de processtukken af dat sprake is van een proefprocedure en dat het belang is gelegen in de energiebelasting. X stelt dat (...)Lees meer24 november 2023
WOZ / Kasstromen gebruiker zijn niet relevant bij bepaling bedrijfswaarde
De heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort heeft de WOZ-waarde voor een golfcomplex vastgesteld op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde. Eigenaar X stelt dat de bedrijfswaarde lager is, gelet op haar discounted cashflow berekeningen die mede zijn gebaseerd op kasstromen van de gebruiker, zijnde een v.o.f. waarvan twee dochtervennootschappen van X de vennoten zijn. Het hof oordeelt dat X niet in haar bewijslast is geslaagd omdat de DCF-berekeningen mede zijn gebaseerd is op de kasstromen van de gebruiker (nieuwsservice 2022, week 38, ECLI:NL:GHARL:2022:7510). De A-G meent, gelet op het Veendam-arrest en het Ahoy-arrest, dat het hof terecht tot uitgangspunt heeft genomen dat de bedrijfswaarde moet worden bepaald vanuit het perspectief van de eigenaar. Dat wordt niet anders door de omstandigheid dat de exploitatieresultaten van de gebruiker belanghebbende (indirect) aangaan in de hoedanigheid van aandeelhouder.Lees meer10 november 2023
