18 juli 2025
Parkeerbelastingen / Conclusie A-G; het niet-voldoen aan de aangifteverplichting niet zonder meer een naheffingsgrondslag
In de verordening van Diemen is bepaald dat het parkeren gedurende de eerste 2 uur gratis is. De heffingsambtenaar heeft aan X een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd, terwijl X niet langer dan 2 uur heeft geparkeerd. Het hof oordeelde dat naheffing wél mogelijk was, omdat X niet aan de verplichting tot voldoening op aangifte heeft voldaan. De A-G overweegt dat de verplichting tot het doen van aangifte en de verplichting tot betaling weliswaar nauw samenhangen, maar wel afzonderlijke verplichtingen zijn. In art. 20 AWR wordt met de term betalen niet tevens het doen van aangifte bedoeld. Aan het verzuimen van de aangifteverplichting kan niet zonder meer de gevolgtrekking worden verbonden dat naheffing is toegestaan, nu het niet-doen van aangifte op zichzelf geen grondslag voor naheffing vormt. Slechts als bij het niet-doen van aangifte daadwerkelijk parkeerbelasting verschuldigd is, kan worden gesproken van "te weinig geheven belasting" die kan worden nageheven. Lees meer25 april 2025
WOZ / Conclusie A-G, geen object-overschrijdende toepassing zelfstandigheidcriterium bij PV-installatie
X stelt dat de werktuigenvrijstelling van toepassing is op de zonnepanelen en het onderstel, omdat de PV-installatie geen op zichzelf gebouwd eigendom is. Volgens het hof is de PV-installatie op zichzelf als een gebouwd eigendom aan te merken omdat deze naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Het feit dat de mogelijkheid bestaat de PV-installatie te verplaatsen, neemt dat niet weg (nieuwsservice 2024, week 28). De A-G komt tot de conclusie dat het hof niet afzonderlijk hoeft te toetsen of de PV-installatie in bouwkundig opzicht zelfstandigheid bezit, omdat het WOZ-object alleen bestaat uit de PV-installatie. Deze is niet een onderdeel van een meeromvattend WOZ-object, terwijl het zelfstandigheidcriterium is geformuleerd door de Hoge Raad voor de beantwoording van de vraag of een onderdeel van een bedrijfscomplex op zichzelf als een gebouwd eigendom is aan te merken. De A-G ziet geen grond voor een WOZ-object-overschrijdende toepassing van het zelfstandigheidcriterium.Lees meer28 februari 2025
Formeel / Conclusie A-G; enkel invullen van een e-mailadres op een formulier is onvoldoende om kenbaarmaking aan te nemen
In geschil is of X kenbaar heeft gemaakt langs elektronische weg bereikbaar te zijn door op een verplicht invulveld zijn e-mailadres in te vullen in een onlineformulier waarmee bezwaar is gemaakt. De A-G meent dat naar nieuw recht, art. 2:8 (nieuw) Awb, het kenbaarmakingsvereiste strenger is. De wetsgeschiedenis biedt beperkt houvast met betrekking tot impliciete kenbaarmaking als gevolg van de vele ‘slag om de arm’-woorden die worden gebruikt. Het belangrijkste houvast is dat kenbaarmaking uit 2 aspecten bestaat, (i) dát de geadresseerde voor een bepaald bericht of een bepaalde berichtenuitwisseling elektronisch bereikbaar is, en (ii) op welk elektronisch postadres de geadresseerde bereikbaar is. Uit de wetsgeschiedenis kan worden opgemaakt dat het enkel invullen van een e-mailadres op een formulier onvoldoende is om kenbaarmaking aan te nemen. Dat is te minder voldoende indien het gaat om een verplicht invulveld. (...)Lees meer14 februari 2025
Formeel / Conclusie A-G, bestuursorgaan mag geen tijdigheidsverweer voeren, als al inhoudelijk op het bezwaar is beslist
Aan de orde is of, als het bestuursorgaan inhoudelijk op een bezwaar heeft beslist, het bestuursorgaan in (hoger) beroep alsnog het verweer mag voeren dat het bezwaar niet-ontvankelijk is, omdat het (onverschoonbaar) niet-tijdig was. De A-G adviseert de Hoge Raad om deze vraag ontkennend te beantwoorden, maar niet ongeclausuleerd. De A-G staat voor om, op grond van het rechtszekerheidsbeginsel c.q. het vertrouwensbeginsel, de CRvB en de ABRvS te volgen in de opvatting dat het bestuursorgaan geen tijdigheidsverweer mag voeren, als het bestuursorgaan inhoudelijk op het bezwaar heeft beslist. Uitzonderingen hierop moeten worden aanvaard overeenkomstig de jurisprudentie van de Hoge Raad over het vertrouwensbeginsel. Dat brengt in het bijzonder mee dat het rechtszekerheidsbeginsel zich er niet tegen verzet dat het bestuursorgaan het tijdigheidsverweer voert, indien de belanghebbende eerder in bezwaar onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt die van belang zijn voor de beoordeling van de tijdigheid van het bezwaar. Lees meer24 januari 2025
Onroerende-zaakbelasting / Verdubbeling tarief OZBE-NW in strijd met het evenredigheidsbeginsel
De gemeente Vlaardingen heeft per 1 januari 2021 het OZB-tarief voor gebruikers van niet-woningen (OZBG-NW) op 0% bepaald, en het OZB-tarief voor eigenaren van niet-woningen (OZBE-NW) verdubbeld. Volgens het hof is niet gebleken dat bij het voorbereiden van het verdubbelingsbesluit de nadelige gevolgen daarvan voor de eigenaren van niet-woningen zijn afgewogen (nieuwsservice 2024, week 6, ECLI:NL:GHDHA:2024:114). A-G Pauwels concludeert dat het Dagelijks Bestuur van de RBG tevergeefs bestrijdt dat de belangen van de eigenaren van niet-woningen niet zijn meegewogen bij de tariefsverhoging. (...)Lees meer25 oktober 2024
