28 september 2026
Formeel / Onjuiste publicatie bijlage parkeerbelasting
De conclusie betreft de publicatie van een bijlage van de Regeling parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022. De bijlage bevat hoofdzakelijk de aangewezen parkeergebieden en de parkeerduur. In geschil is of de bijlage op de juiste wijze gepubliceerd is. De bijlage is namelijk niet gepubliceerd in het pdf-bestand van de regeling, dat is gepubliceerd in het gemeenteblad. In dit geval is er een link geplaatst op de website van het gemeenteblad, die leidt naar de bijlage. De A-G komt tot de conclusie dat de bijlage behoort tot de regeling. Het is om die reden dat deze bijlage in hetzelfde pdf-document als de regeling zelf bekendgemaakt had moeten worden. Art. 7 lid 2 Bekendmakingswet is in dit geval dan ook niet van toepassing, omdat dit artikel bedoeld is voor uitzonderingsgevallen. Van een uitzondering is in dit geval geen sprake. Nu de tekst van de regeling in het gemeenteblad is gepubliceerd als pdf-bestand, had de bijlage ook onderdeel uit moeten maken van dit pdf-bestand. De bijlage is volgens de A-G onjuist bekendgemaakt. In het verlengde hiervan komt hij tot de conclusie dat de aanslagen parkeerbelasting onterecht zijn opgelegd.Lees meer12 juni 2026
Formeel / Gevolgen van niet-ondertekening door griffier van de uitspraak
De uitspraak vermeldt dat zij is ondertekend door de griffier, maar diens handtekening ontbreekt en van verhindering is geen melding gemaakt. Volgens X is daarmee niet voldaan aan art. 8:77 lid 3 Awb en moet de uitspraak worden vernietigd. Volgens de A-G is van belang of het originele exemplaar aan het ondertekeningsvoorschrift voldoet. In het dossier bevindt zich geen door de griffier ondertekend exemplaar, zodat moet worden nagegaan of de originele uitspraak wel is ondertekend. Blijkt dat niet het geval, dan is niet aan het voorschrift voldaan en ligt vernietiging in beginsel voor de hand. (...)Lees meer27 maart 2026
Onroerende-zaakbelasting / Conclusie A-G; retributieregeling leidt tot ongeoorloofde indirecte tariefdifferentiatie
In de OZB-aanslag niet-woningen is een OZB-tarief opgenomen waarin een OZB-opslag is inbegrepen. De opslag dient ter financiering van een ondernemersfonds. Het fonds kent een retributieregeling, op grond waarvan categorieën ondernemers in aanmerking komen voor teruggaaf van de OZB-opslag. X valt buiten de categorieën en betoogt dat, gelet op de betrokkenheid van de Gemeenteraad bij de invoering van de retributieregeling, deze opzet leidt tot een ongeoorloofde tariefdifferentiatie. A-G Pauwels volgt dit standpunt en concludeert dat de Gemeentewet zich verzet tegen het hanteren van een progressief tarief en tariefdifferentiatie. (...)Lees meer13 maart 2026
Formeel / Conclusie A-G; onvoldoende zittingscapaciteit gemachtigde als bijzondere omstandigheid
Gemachtigde heeft onvoldoende zittingscapaciteit, waardoor vertraging ontstaat. Die vertraging kan een bijzondere omstandigheid vormen die verlenging van de redelijke termijn kan rechtvaardigen, omdat een dergelijk capaciteitsprobleem niet is verdisconteerd in de standaardtermijn. Als het gaat om algemeen procesgedrag moet het gedrag in de individuele zaak vertraging hebben veroorzaakt om als bijzondere omstandigheid te kunnen worden aangemerkt. Voor toerekening is niet vereist dat de vertraging uitsluitend door de gemachtigde is veroorzaakt. Voldoende is dat de vertraging door de gemachtigde is veroorzaakt. (...)Lees meer17 oktober 2025
WOZ / Conclusie A-G; HR moet terugkomen op ruime uitleg art. 40 lid 2 Wet WOZ
In het arrest van 18 augustus 2023 heeft de HR de smalle opvatting die het gerechtshof Amsterdam aan art. 40 lid 2 Wet WOZ had toegekend, verworpen. De HR dient hierop terug te komen en de opvatting van het hof als juist aanvaarden. Een tweede mogelijkheid is om niet meer gegevens onder art. 40 lid 2 Wet WOZ brengen dan de gegevens waarvan de HR expliciet heeft geaccepteerd dat zij daaronder vallen. Het begrip “de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde” dient zo te worden uitgelegd dat daaronder wordt verstaan de gegevens die zijn vermeld in een taxatieverslag dat is vastgesteld in overeenstemming met een modeltaxatieverslag, alsmede de secundaire objectkenmerken van die woning voor zover die zijn gebruikt bij de waardebepaling. De strekking van art. 40 lid 2 Wet WOZ, komt dan niet volledig tot haar recht, maar dat weegt minder zwaar dan vereiste rechterlijke terughoudendheid. Lees meer29 augustus 2025
