Ondanks beschikking aan erven kan X ook medebelanghebbendenbeschikking opvragen
X is samen met zijn zus medegerechtigde van enige onroerende zaken als gevolg van het overlijden van hun vader. X heeft op grond van art. 28 Wet WOZ de heffingsambtenaar verzocht medebelanghebbendebeschikkingen te nemen. Volgens het hof is dat verzoek terecht afgewezen omdat al reguliere WOZ-beschikkingen ten name van de erven zijn genomen. X heeft de mogelijkheid gehad om tezamen met zijn zus rechtsmiddelen aan te wenden tegen die WOZ-beschikkingen (nieuwsservice 2023, week 35, ECLI:NL:GHDHA:2023:1443). A-G Pauwels constateert dat hoven verschillend oordelen. Het verschil is gelegen in een andere opvatting over het antwoord op de vraag of een WOZ-beschikking op naam van de erven geldt als te zijn ‘toegezonden’ in de betekenis van art. 28 Wet WOZ aan de erfgenaam. De A-G meent dat het hof uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting. Aangezien de reguliere WOZ-beschikkingen op naam zijn gesteld van de erven, kunnen ze niet gelden als te zijn toegezonden aan X. Dit wordt niet anders doordat hij samen met de zus in bezwaar en beroep kan tegen die beschikkingen. Sterker nog, de omstandigheid dat X medewerking van zijn zus nodig heeft, pleit er juist voor dat X aanspraak moet kunnen maken op een medebelanghebbendebeschikking. Het wordt ook niet anders doordat art. 26a AWR X de mogelijkheid biedt om op eigen naam rechtsmiddelen aan te wenden tegen de reguliere WOZ-beschikkingen. Het zou wel anders zijn als X van die mogelijkheid gebruik heeft gemaakt.
Terug naar kennisbankDATUM:
31 mei 2024
ECLI:
ECLI:NL:PHR:2024:585
ZAAKNUMMER:
23/02741
INSTANTIE:
Conclusie A-G Pauwels
