23 april 2021
Formeel / Grondstaffel, KOUDV- en liggingsfactoren dienen op grond van art. 40 lid 2 Wet WOZ te worden verstrekt
X heeft in het bezwaarschrift verzocht om verstrekking van de grondstaffel en de KOUDV- en liggingsfactoren. De heffingsambtenaar van de gemeente Borger-Odoorn heeft hieraan geen gehoor gegeven en meegedeeld dat de stukken ter inzage liggen. Volgens de rechtbank scheppen art. 7:4 Awb en art. 40 lid 2 Wet WOZ verschillende verplichtingen. (...)Lees meer22 april 2021
Formeel / Rechtbank kan niet vaststellen of X belanghebbende bij de aanslag is
X heeft namens “belanghebbende” beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Zoetermeer. De uitspraak op bezwaar is gericht aan X en bevat verder alleen het objectkenmerk en het adres van de onroerende zaak. De rechtbank heeft X verzocht de naam van belanghebbende te vermelden, de gronden van beroep mee te delen en een schriftelijke machtiging toe te sturen waaruit blijkt op welke za(a)k(en) deze betrekking heeft. (...)Lees meer21 april 2021
Onroerende-zaakbelasting / Winkel staat niet leeg, eigenaar terecht aangemerkt als gebruiker
X stelt dat de aanslagen zuiveringsheffing en OZB-gebruik ten onrechte zijn opgelegd, omdat geen sprake is van uitoefening van een bedrijf. Daarnaast bestaat er geen toegang tot de winkel. De rechtbank oordeelt dat voor de zuiveringsheffing bepalend is dat er afvalwater wordt afgevoerd. X heeft niet betwist dat het waterleveringscontract op haar naam staat, dat er een watermeter is en dat er daadwerkelijk water is ingenomen. Omdat X eigenaar is van de winkel en niet heeft gesteld dat er een andere gebruiker was, is zij terecht aangeslagen. (...)Lees meer20 april 2021
Havengelden / Onredelijke en willekeurige heffing door aan te sluiten bij waterverplaatsing die niet werkelijk kan worden veroorzaakt
X is eigenaar van een binnenvaartschip waarvoor de heffingsambtenaar van GBT een aanslag havengeld heeft opgelegd. Volgens het hof leidt de Verordening ertoe dat vaartuigen, zoals die van X, belast worden voor een waterverplaatsing die niet werkelijk kan worden veroorzaakt. Dit acht het hof onredelijk en willekeurig. Het hof volgt de heffingsambtenaar niet in zijn aanname ter rechtvaardiging dat schepen met een grotere diepgang doorgaans beschikken over een groter motorvermogen, waardoor een grotere waterverplaatsing zou worden veroorzaakt bij aan- en afmeren van een schip wanneer vol motorvermogen wordt gebruikt. (...)Lees meer16 april 2021
