10 juni 2022
Formeel / Wijze van procederen is niet bevorderlijk voor een goed verloop van de procesgang
X heeft pas ter zitting inhoudelijke grieven tegen de WOZ-waarde aangevoerd. De gemachtigde van X beklaagt zich er in diverse beroepsprocedures over dat heffingsambtenaren pas laat in de procedure hun verweerschrift en taxatie inbrengen. Mede naar aanleiding daarvan heeft de rechtbank een werkwijze ingevoerd op grond waarvan heffingsambtenaren worden verzocht in een vroeg stadium van de procedure hun verweerschrift en bijbehorende taxatie in te dienen. De heffingsambtenaren hebben zich daaraan geconformeerd. (...)Lees meer09 juni 2022
Formeel / Wegingsfactor licht voor bezwaar met vrijwel identieke gronden als in eerdere bezwaren
X stelt dat de zaak in de bezwaarfase inhoudelijk is behandeld en dat het gewicht van de zaak als gemiddeld moet worden aangemerkt. Het Hof overweegt dat indien langs gebaande paden rechtsbijstand wordt verleend, zoals bij een standaard bezwaarschrift, dit van invloed is op de aard en complexiteit van de werkzaamheden die door de gemachtigde worden verricht. De gronden die de gemachtigde aandraagt in het bezwaarschrift, zijn vrijwel identiek aan de gronden die in eerdere bezwaarschriften van de gemachtigde telkenmale zijn opgenomen, en de feiten zijn niet geconcretiseerd. (...)Lees meer09 juni 2022
Formeel / Stelling ter zitting is niet tardief
X stelt ter zitting dat de woning niet beschikt over een dakterras. De heffingsambtenaar verzoekt deze stelling tardief te verklaren. Het hof wijst dit verzoek af. X brengt deze stelling naar voren in reactie op de bij het verweerschrift overgelegde splitsingsakte en plattegrond. De heffingsambtenaar heeft ter zitting inhoudelijk op de stelling gereageerd en is daarom niet in zijn procespositie benadeeld. (...)Lees meer09 juni 2022
Formeel / Geen overschrijding redelijke termijn door beperkte beschikbaarheid gemachtigde
X stelt in hoger beroep dat de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn ten onrechte heeft afgewezen. Het hof overweegt dat de gemachtigde van X in oktober 2020 heeft aangekondigd pas na 12 april 2021 beschikbaar te zijn. De rechtbank heeft de zitting op 13 april 2021 gepland. Dat de gemachtigde achteraf betoogt dat hij altijd beschikbaar is en nooit een uitnodiging voor een zitting afwijst, maakt dit niet anders. Het hof acht de handelwijze van de rechtbank begrijpelijk. Een ander oordeel zou er bovendien toe leiden dat de bewaking van de redelijke termijn door de rechter zeer ingewikkeld wordt. (...)Lees meer09 juni 2022
