30 september 2026
Parkeerbelastingen / Slechts één kenteken toegestaan op de bewonersvergunning
X stelt dat de naheffingsaanslagen onterecht zijn opgelegd. Hij heeft een tweede auto geregistreerd voor betaald parkeren via zijn bewonersvergunning, zonder te weten dat daarmee slechts één kenteken tegelijk kon worden geactiveerd. Volgens X heeft de gemeente haar informatieplicht geschonden door een wijziging in het digitale parkeersysteem niet behoorlijk bekend te maken. De heffingsambtenaar voert aan dat de beperking tot één actief kenteken al geruime tijd geldt en dat de informatie hierover beschikbaar is in het Parkeerloket. X is bovendien driemaal per e-mail over de voorwaarden geïnformeerd. (...)Lees meer31 augustus 2026
Leges / Exceptieve toets van een kortingsregeling
De gemeente Zwolle heeft in de Verordening een duurzaamheidskorting opgenomen die slechts geldt voor bepaalde typen objecten en eigenaren. Het object van X valt buiten deze regeling, ondanks de hoge mate van duurzaamheid. De rechtbank benadrukt dat de gemeenten de bevoegdheid hebben om, behoudens het verbod op het hanteren van draagkracht als verdelingsmaatstaf en met inachtneming van de wet, zelf de in de belastingverordeningen op te nemen heffingsmaatstaven te kiezen voor de gemeentelijke heffingen. De grote mate van beslissingsruimte betekent dat de rechtbank de legestarieven, alsmede kortingen daarop, terughoudend moet toetsen. (...)Lees meer12 augustus 2026
Formeel / Geen schending van hoorplicht
In geschil is of de hoorplicht is geschonden. X stelt dat hij tijdens de hoorzitting is overvallen door de mededeling dat de WOZ-waarde wordt gebaseerd op koopcijfers uit een hem tot dan toe onbekend taxatieverslag. GBLT had hem hierover voorafgaand aan de hoorzitting niet geïnformeerd. De rechtbank overweegt dat X voorafgaand aan de hoorzitting alle relevante stukken digitaal kon inzien en deze desgewenst op kantoor kon bekijken. Voor zover de hoorplicht al zou zijn geschonden, passeert de rechtbank dit gebrek met toepassing van art. 6:22 Awb, omdat X daardoor niet wezenlijk in zijn processuele belangen is benadeeld. Het staat de heffingsambtenaar immers vrij om in iedere fase van de procedure betere, rond de waardepeildatum gerealiseerde koopcijfers van vergelijkbare objecten aan te dragen. Het beroep is ongegrond.Lees meer23 juli 2026
WOZ / Familietransactie kan als referentieobject dienen
X meent dat een door de heffingsambtenaar geselecteerd referentieobject ongeschikt is, omdat deze voortvloeit uit een familietransactie. De rechtbank oordeelt dat het object wel degelijk bruikbaar is voor de vergelijkingsmethode en voert hiertoe twee grondslagen aan. Allereerst omdat familieverhoudingen eerder tot een lagere koopsom leiden dan een hogere koopsom. Daarnaast, omdat via een familietransactie blijkbaar de hoogst biedende gegadigde is gevonden. De rechtbank concludeert dat een familietransactie niet per definitie betekent dat een object geen referentieobject meer kan zijn. Lees meer21 juli 2026
WOZ / Woning vergelijkbaar ondanks afwezigheid warmtepomp
X voert aan dat de WOZ-waarde van zijn woning incorrect is vastgesteld, nu een aantal referentieobjecten niet beschikt over een warmtepomp, en zijn woning wel. De rechtbank volgt X niet in zijn stelling. Enkel het feit dat referentieobjecten niet over een warmtepomp beschikken, is onvoldoende om te stellen dat de objecten niet vergelijkbaar zijn. Hierin speelt mee dat rond de waardepeildatum nog maar weinig woningen met een warmtepomp zijn verkocht, omdat deze woningen relatief nieuw zijn. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar in de waardevaststelling rekening gehouden met de nadelige effecten van de warmtepomp door een rompslompforfait toe te passen. Lees meer16 juni 2026
