Protocol T-correctie bevat kennelijk onredelijk beleid
De rechtbank overweegt dat het Protocol T-correctie bepaalt dat toepassing van de T-correctie afhankelijk is van een goed werkend biologisch zuiveringsproces en van het voldoen aan grenswaarden voor CZV, N-Kj en (on)opgeloste of bezinkbare bestanddelen. Wordt niet aan deze voorwaarden voldaan, dan mag volgens het Protocol geen T-correctie worden toegepast en wordt de vervuilingswaarde berekend volgens de reguliere heffingsformule. De rechtbank acht dit beleid kennelijk onredelijk voor zover het de toepassing van de T-correctie afhankelijk stelt van dergelijke aanvullende voorwaarden. Dat is in strijd met art. 6.12 lid 5 Waterschapsbesluit, waarin is voorgeschreven dat een T-correctie wordt toegepast indien de CZV-bepaling in belangrijke mate is beïnvloed door biologisch niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen. De wetgever heeft de heffingsambtenaar geen ruimte gelaten om dit recht te beperken met aanvullende voorwaarden. Daar komt bij dat is bepaald dat het algemeen bestuur van het waterschap bij belastingverordening nadere regels over de correctie stelt. Deze nadere regels moeten in de belastingverordening worden opgenomen en kunnen geen voorwaarden betreffen die het recht op toepassing van een correctie inperken. Het Protocol T-correctie is dan ook kennelijk onredelijk, wegens strijd met art. 6.12 lid 5 Waterschapsbesluit.
DATUM:
16 juni 2026
ECLI:
ECLI:NL:RBOVE:2026:3364
ZAAKNUMMER:
23/1958
INSTANTIE:
Rechtbank Overijssel
