Gezag van gewijsde en het fiscale procesrecht
Over het jaar 2015 heeft het hof geoordeeld dat voor bepaalde kabels geen precariobelasting kan worden geheven. De Hoge Raad heeft het tegen deze uitspraak door B&W van de gemeente Hulst ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard. In geschil is de aanslag over 2016 voor gedeeltelijk dezelfde kabels. De Hoge Raad overweegt dat in het belastingrecht iedere aanslag zelfstandig wordt beoordeeld. Het door X ingeroepen gezag van gewijsde is een civielrechtelijk leerstuk (art. 236, lid 1, Rv) en geldt alleen voor beslissingen in een onherroepelijk vonnis van de burgerlijke rechter. Het fiscale procesrecht kent geen vergelijkbare bepaling en biedt geen grond voor overeenkomstige toepassing op onherroepelijke uitspraken van de belastingrechter over civielrechtelijke rechtsverhoudingen. Dat past ook niet bij de taak van de belastingrechter. Die beoordeelt niet in algemene zin civielrechtelijke rechtsverhoudingen, maar uitsluitend de rechtmatigheid van de voorliggende belastingaanslag en daarmee de rechtsverhouding tussen de belastingplichtige en de heffende overheid voor die aanslag.
Terug naar kennisbankDATUM:
26 juni 2026
ECLI:
ECLI:NL:HR:2026:1027
ZAAKNUMMER:
24/02074
INSTANTIE:
Hoge Raad
