15 november 2016
Parkeerbelastingen / Parkeerapplicatie niet binnen een redelijke termijn geactiveerd
De heffingsambtenaar heeft verklaard dat de werkinstructie van parkeercontroleurs voorschrijft dat eerst wordt gecontroleerd of de parkeerautomaten functioneren, daarna of er in de auto een kaartje wordt aangetroffen en zo niet, of er een parkeervergunning of ontheffing is. Is dat niet zo, dan wordt daarna het kenteken ingescand om te controleren of via belparkeren parkeerbelasting is voldaan. Lees meer08 november 2016
WOZ / In eerdere procedure gebruikte inhoud van woning staat niet onherroepelijk vast
Belanghebbende voert in hoger beroep uitsluitend aan dat de rechtbank had moeten uitgaan van de op 24 oktober 2007 door de Rechtbank Zwolle-Lelystad gehanteerde inhoud van de onroerende zaak van 1.101 m³ en niet van een inhoud van 1.193 m³. Omdat tegen de uitspraak van de Rechtbank Zwolle-Lelystad geen hoger beroep is ingesteld, staat deze inhoud tussen partijen onherroepelijk vast, aldus belanghebbende. (...) Lees meer01 november 2016
Parkeerbelastingen / Door handelen of nalaten van de gemeente is verwarring ontstaan
Belanghebbende stelt dat hij door de aanwezigheid van het bord van model E101-ZE (einde zone betaald parkeren) onjuist is geïnformeerd. De heffingsambtenaar stelt dat belanghebbende door de plaatsing van de borden aan de invalswegen van Harlingen had kunnen weten dat in het gehele gebied parkeerbelasting moet worden betaald. Hij had ter plekke moeten onderzoeken of sprake was van betaald parkeren.Lees meer01 november 2016
Formeel / Proces-verbaal van de zitting en uitspraak rechtbank zijn voor hof de enige kenbronnen van wat ter zitting is voorgevallen
Belanghebbende stelt dat hij op basis van 2 afspraken zijn beroep heeft ingetrokken. Uit het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank blijkt dat belanghebbende zijn beroep uitdrukkelijk en ondubbelzinnig heeft ingetrokken. Die intrekking was niet onder voorwaarden gedaan.Lees meer25 oktober 2016
WOZ / Hof vermindert waarde met € 2.000 i.v.m. windmolenpark op 3,7 km afstand
De afstand tussen belanghebbendes woning en de plaats waar een windmolenpark zou worden gevestigd, is hemelsbreed ruim 3,7 kilometer. Belanghebbende heeft erkend dat hij van de slagschaduw geen hinder ondervindt. Belanghebbende heeft met een verwijzing naar een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen gesteld dat bij realisering van de plannen van een grootschalig windmolenpark met maximaal 18 windmolens met een maximale hoogte van 200 meter en een wieklengte van 65 meter op 3,7 kilometer afstand van de onroerende zaak geluidsoverlast te verwachten zou zijn. (...)Lees meer11 oktober 2016
