Parkeerapplicatie niet binnen een redelijke termijn geactiveerd
De heffingsambtenaar heeft verklaard dat de werkinstructie van parkeercontroleurs voorschrijft dat eerst wordt gecontroleerd of de parkeerautomaten functioneren, daarna of er in de auto een kaartje wordt aangetroffen en zo niet, of er een parkeervergunning of ontheffing is. Is dat niet zo, dan wordt daarna het kenteken ingescand om te controleren of via belparkeren parkeerbelasting is voldaan. Als ook geen belasting via belparkeren is voldaan, worden foto’s van de auto genomen en worden de gegevens voor de naheffingsaanslag vastgesteld. In het naheffingsaanslagdocument worden eventuele bijzonderheden vermeld door de parkeercontroleur. Het tijdstip dat is vermeld op de naheffingsaanslag, is het tijdstip waarop het document van de naheffingsaanslag wordt afgesloten.
Het hof is van oordeel dat het aannemelijk is dat de handelingen die zijn verricht voor het vaststellen van de naheffingsaanslag, zoals het maken van foto’s en het inkloppen van de gegevens voor de aanslag, enkele minuten in beslag hebben genomen. Dan is de conclusie gerechtvaardigd dat de auto minimaal reeds enkele minuten vóór 16:06 stond geparkeerd. Vaststaat dat de registratie door Parkmobile om 16:09 is gestart. Dit betekent dat tussen het parkeren en de registratie door Parkmobile minstens 5 minuten moeten zijn verstreken. Het hof acht aannemelijk dat belanghebbende de parkeerapplicatie niet binnen een redelijke termijn heeft geactiveerd nu tussen het parkeren van de auto en de start van de registratie minstens 5 minuten zijn verstreken. Als de applicatie pas een aantal minuten na activering is gestart met de registratie, is het hof van oordeel dat dit voor rekening en risico van belanghebbende dient te komen. De enkele activering van de applicatie zonder controle of de registratie is gestart, kan naar het oordeel van het hof niet worden aangemerkt als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van een parkeermeter of parkeerautomaat.
DATUM:
15 november 2016
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2016:9379
ZAAKNUMMER:
16/00273
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
