06 augustus 2026
WOZ / Feitelijk gebruik als bosgrond niet waardedrukkend
X stelt dat de waarde van zijn perceel moet worden verlaagd, omdat het uitsluitend als bosgrond wordt gebruikt. De rechtbank volgt dit niet. Het perceel moet worden gewaardeerd naar de waarde in het economische verkeer, waarbij de bestemming ‘Bos met aanduiding recreatiewoning’ van belang is. Dat X het perceel feitelijk alleen als bosgrond gebruikt, heeft daarom geen waardedrukkend effect. X kan immers een recreatiewoning op het perceel bouwen. De heffingsambtenaar heeft dan ook terecht geen aftrek toegepast voor het huidige gebruik als bosgrond.Lees meer09 juli 2026
Onroerende-zaakbelasting / Rechtbank treedt niet in beoordeling van het vastgesteld belastingtarief
De gemeenteraad heeft in zijn belastingverordening het OZB-tarief vastgesteld op 0,08% van de WOZ-waarde. X stelt dat dit tarief te hoog is omdat de gemeenteraad bij het vaststellen van het tarief is uitgegaan van een gemiddelde waardestijging van 4%, terwijl op het moment van vaststellen duidelijk was dat de gemiddelde waardestijging 14% zou zijn. X stelt dat dit de gemeente een meeropbrengst van € 188.000 heeft opgeleverd. (...)Lees meer07 juli 2026
Formeel / Afwijkende berekening proceskostenvergoeding rapport Woning Waarderingsmeesters
In geschil is of voor een rapport van de Woning Waarderingsmeesters een juiste proceskostenvergoeding is toegekend. De rechtbank komt tot een lager aantal uren dan X heeft geëist, omdat het werk een stuk van massaproductie betreft. Wel stelt zij het uurtarief hoger vast, omdat de richtlijn van 53 euro per uur reeds een paar jaar verouderd is. De rechtbank merkt nog op dat zij met deze uitspraak geen navolging geeft aan uitspraken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2026:259) en de rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2026:2304).Lees meer30 juni 2026
BIZ / Heffing was redelijkerwijs voorzienbaar
X is per 30 juni 2024 gestopt en gesloten en vindt het onterecht dat de volledige BIZ-bijdrage van haar is geheven. De rechtbank heeft geconstateerd dat de Verordening geldend is vanaf 19 maart 2024. Die datum is gelegen na de peildatum van 1 januari. De heffingsambtenaar verklaart dat de Verordening pas op 19 maart 2024 is gepubliceerd, maar dat dit geen gevolgen heeft voor de aanslag. Volgens de rechtbank was de heffing redelijkerwijs voorzienbaar. (...)Lees meer12 mei 2026
Kostentoerekening / Parkeerbelasting; zonder kostenraming vooraf alsnog voldaan aan bewijslast
X stelt dat een kostenraming niet achteraf kan worden opgemaakt. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2002 volgt de rechtbank dit standpunt niet. De gemeenteraad hoeft niet voor elk kalenderjaar een nieuw kostenbesluit te nemen op basis van nieuwe ramingen. Als het kostenbedrag voor 2024 niet is vastgesteld op basis van een raming en X zich daarop beroept, rust op de heffingsambtenaar de bewijslast dat het in 2024 geldende kostenbedrag niet het bedrag dat zou zijn berekend op basis van ramingen voor het desbetreffende jaar, overtreft. X heeft ter zitting niet meer bestreden dat het kostenbedrag de geraamde kosten heeft overtroffen. Daarmee heeft de heffingsambtenaar aan die bewijslast voldaan en zijn de kosten terecht in rekening gebracht.Lees meer23 april 2026
