19 november 2024
Formeel / Problemen door late afmeldingen en intrekkingen
Gemachtigde van X heeft zich de avond voor de zitting afgemeld met als reden de afstand tot de rechtbank. Dit is zonder nadere toelichting onbegrijpelijk, nu de afstand tussen het kantoor van gemachtigde en de rechtbank niet onoverbrugbaar lijkt en X op 20 km afstand van de rechtbank woont. De rechtbank vraagt aandacht voor het verlies aan kostbare voorbereidings- en zittingstijd door het ruim aanbrengen van zaken die te laat in het traject worden ingetrokken of waar een partij niet op zitting verschijnt. Dat verlies heeft direct gevolgen voor de doorlooptijd van andere zaken. Los daarvan is er ook de voorbereidingstijd van de heffingsambtenaren. Ook die tijd wordt uiteindelijk betaald uit belastinggeld. Het is daarom in ieders belang dat alle betrokkenen goed nadenken over de zaken die zij aanbrengen, te allen tijde vlot communiceren en sowieso tijdig laten weten of een beroep gehandhaafd wordt en of behandeling op een zitting noodzakelijk is.Lees meer09 november 2024
Toeristenbelasting / Belasting geheven voor niet-ingeschreven verblijfhouders ook indien deze wel ingeschreven zouden moeten zijn
X voert aan dat de aanslag voor overige overnachtingen onterecht is, omdat de desbetreffende verblijfhouders wonen op het recreatiepark. Zij zijn niet ingeschreven in de BRP van de gemeente Reusel-De Mierden, maar B&W had wel de verplichting hen in te schrijven. De omstandigheid dat verblijfhouders wonen op het recreatiepark kan volgens de rechtbank niet afdoen aan de heffing van toeristenbelasting. Daarnaast geldt dat de heffingsambtenaar mag uitgaan van de gegevens in de BRP. De gegevens die relevant zijn voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van een belastbaar feit voor de toeristenbelasting ontvangt de heffingsambtenaar pas na het einde van het kalenderjaar. Deze gegevens kunnen er dus niet toe leiden dat een verblijfhouder met terugwerkende kracht in de BRP wordt ingeschreven. Het is niet relevant of B&W verplicht was verblijfhouders in te schrijven. Lees meer06 november 2024
Formeel / Vertegenwoordigingsbevoegdheid bij doormachtiging, omkering bewijslast bij weigering inpandige opname
X stelt dat de heffingsambtenaar van de gemeente Meierijstad onvoldoende rekening heeft gehouden met de gedateerde keuken en badkamer en het matige duurzaamheidsniveau van de woning. De heffingsambtenaar heeft de toestand van de woning gewaardeerd als gemiddeld op basis van de hem ter beschikking staande gegevens. In de beroepsfase heeft de taxateur met X contact opgenomen voor een inpandige opname, maar X heeft dit geweigerd. De rechtbank overweegt dat op grond van art. 50 AWR X verplicht is toegang te verlenen aan een door de heffingsambtenaar aangewezen deskundige. Nu toegang is geweigerd, is het aan X om de inpandige gebreken aannemelijk te maken. X is niet in zijn bewijslast geslaagd.Lees meer24 oktober 2024
Rioolheffing / Weggelekt water kan ook op een andere wijze dan via het buizenstelsel worden afgevoerd
X stelt dat als gevolg van structurele lekkages een verminderd volume water via het gemeentelijke rioleringsstelsel is afgevoerd en dat het in de bodem gelekte water niet in het riool is terechtgekomen. De rechtbank overweegt dat niet uitsluitend van belang is dat water wordt afgevoerd via het buizenstelsel van de gemeentelijke riolering. De gemeentelijke riolering omvat ook voorzieningen voor het beheersen van de gevolgen van overtollig hemelwater, waterberging en grondwaterbeheer. Hierdoor valt ook de afvoer van water naar oppervlaktewater of grondwater onder de reikwijdte van de rioolheffing. Niet relevant is of het water direct of indirect op het gemeentelijke rioleringsstelsel wordt geloosd. Het enkele feit dat water weglekt, betekent niet dat het niet op een andere wijze dan via het buizenstelsel wordt afgevoerd.Lees meer19 augustus 2024
Formeel / Schriftelijke hoorzitting is geen hoorzitting in de zin van het Bpb
In de uitspraak op bezwaar staat vermeld dat met wederzijds goedkeuren een schriftelijke hoorzitting heeft plaatsgevonden. X heeft per e-mail een schriftelijk stuk ingediend dat is meegenomen in beslissing. De rechtbank overweegt dat het indienen van een geschrift met nadere gronden dat in de plaats komt van een hoorzitting niet als proceshandeling in het Bpb is genoemd. X stelt dat partijen een procesafspraak hebben gemaakt, dat voor de (schriftelijke) hoorzitting 1 punt wordt toegekend bij een gegrond bezwaar. Volgens de rechtbank is het enkel indienen van een nader schriftelijk stuk, dat vervolgens wordt meegenomen in de uitspraak op bezwaar, niet gelijk aan een hoorzitting. De rechtbank is niet gebonden aan een tussen X en de heffingsambtenaar gemaakte procesafspraak. Lees meer08 augustus 2024
