21 mei 2026
Reclamebelasting / Geen openbare aankondiging na beëindiging van onderneming
De onderneming van X was reeds vóór de aanvang van het belastingjaar beëindigd. Daardoor was aan het begin van het belastingjaar geen dienst, product of boodschap meer aanwezig waarvoor de belangstelling van het publiek kon worden getrokken. Naar het oordeel van de rechtbank was daarom evenmin sprake van een ‘openbare aankondiging’ als bedoeld in artikel 2 van de Verordening Reclamebelasting. Lees meer23 april 2025
Formeel / Geen tardiefverklaring wegens gelijktijdige en gezamenlijke behandeling
In geschil is de vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2023. X voert aan dat bij de waardebepaling van de woning is uitgegaan van een onjuiste gebruikersoppervlakte en verwijst ter onderbouwing naar de WOZ-procedure betreffende het belastingjaar 2024. De heffingsambtenaar stelt dat dit standpunt tardief is, nu het niet in de gedingstukken met betrekking tot het belastingjaar 2023 is aangevoerd of onderbouwd. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar hierin niet en oordeelt dat van een tardief standpunt geen sprake is. De procedure betreffende het belastingjaar 2024, waarin de onderbouwing van het standpunt van X wél is opgenomen, is gelijktijdig en gezamenlijk ter zitting behandeld. De heffingsambtenaar heeft zich in dat kader over het standpunt van X kunnen uitlaten. Niet valt in te zien waarom hij zich hierover niet tevens met betrekking tot het belastingjaar 2023 zou kunnen uitlaten.Lees meer18 april 2025
Formeel / ‘Doormachtiging’ is geen voortzetting van procedure
In de bezwaarfase is X bijgestaan door een andere gemachtigde dan in de beroepsfase, te weten ‘no cure, no pay’-bureau Eerlijke WOZ B.V. Naar aanleiding van het gegronde beroep is in geschil of X recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. Daarbij is van belang of op X een verplichting rust, dan wel zal komen te rusten, tot het betalen van kosten voor de in bezwaar verleende rechtsbijstand. Een dergelijke verplichting kan ook aanwezig zijn, indien rechtsbijstand is verleend op basis van een ‘no cure, no pay’-afspraak. X stelt dat sprake is van een ‘doormachtiging’, waaruit zou volgen dat het dossier niet is gesloten. Dit leidt de rechtbank niet af uit de doormachtiging. (...)Lees meer19 december 2024
Leges / Verordening kent geen bepaling waarin meerdere rechtspersonen als 1 legesschuldige worden gezien
X stelt dat de aanvraag niet door haar is gedaan, maar door A BV. De rechtbank overweegt dat A BV de leges is verschuldigd, en dat er geen misverstand over kan bestaan dat de aanslag bestemd is voor X. A BV en X zijn gelieerd, maar de verordening kent geen bepaling waarin meerdere rechtspersonen als 1 legesschuldige (een zogenoemde fiscale eenheid) worden gezien. Uit de stukken kan de rechtbank afleiden dat er tussen de partijen meerdere procedures (hebben) (ge)lopen over het bestemmingsplan/de omgevingsvergunning. Als in (één van) die zaken X zou procederen, maakt dat voor de onderhavige zaak niet uit. De rechtbank dient in deze zaak enkel te toetsen of de aanslag terecht is opgelegd. De rechtbank concludeert dat, omdat de aanslag op naam van A BV had moeten worden opgelegd, de aanslag moet worden vernietigd. Lees meer12 januari 2024
Zuiveringsheffing / Meerpersoonstarief bij opvang Oekraïense vluchtelingen
X vangt 2 Oekraïense vluchtelingen in zijn woning op. Hierdoor gaat het Waterschap uit van een meerpersoonshuishouden en is X een hoger bedrag aan zuiveringsheffing verschuldigd. X vindt dat niet redelijk. De rechtbank is niet bevoegd om te toetsen of de gemeente de hardheidsclausule had moeten toepassen. Er is geen strijd met het evenredigheidsbeginsel. De Oekraïners ontvangen een vergoeding voor woonkosten en worden geacht in staat te zijn om de meerkosten van X te compenseren. Lees meer22 november 2023
