21 juni 2024
Formeel / X kan geen aanspraak maken op een tweede dwangsom
Het hof heeft geoordeeld dat de wet niet de mogelijkheid biedt een ingebrekestelling waarop door het bestuursorgaan niet (tijdig) is gereageerd, te vervolgen met een nieuwe ingebrekestelling. De Hoge Raad overweegt dat de ingebrekestelling enerzijds een attenderende en aansporende functie jegens het bestuursorgaan vervult en anderzijds een functie ter bepaling van de aanvang van de termijn waarover de dwangsom is verschuldigd. Daarmee heeft de ingebrekestelling niet het karakter van een verzoek aan het bestuursorgaan om een (dwangsom)besluit te nemen. Een ingebrekestelling kan daarom niet worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van art. 1:3 lid 3 Awb. (...)Lees meer14 juni 2024
Formeel / Rechtbank is niet gebonden aan richtlijnen van het hof
X stelt in cassatie dat de rechtbank bij het vaststellen van de vergoeding van kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand ten onrechte is uitgegaan van de wegingsfactor 0,5. Volgens X was er, volgens de richtlijnen van Hof ’s-Hertogenbosch van 11 november 2021 (ECLI:NL:GHSHE:2021:3315), geen aanleiding af te wijken van wegingsfactor 1. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank niet gebonden is aan de door het Hof ’s-Hertogenbosch geformuleerde richtlijnen.Lees meer14 juni 2024
Formeel / Aanpassing regels aangaande ‘financieel belang bij procedure’
De Hoge Raad heeft tot nu toe aangenomen dat de omvang van het financiële belang alleen dan tot gevolg heeft dat geen vergoeding van immateriële schade hoeft te worden toegekend, wanneer het financiële belang bij een belastingprocedure minder is dan € 15. In sterk toenemende mate worden belastingprocedures gevoerd in de hoop en verwachting een vergoeding van immateriële schade en proceskosten te verkrijgen vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. Voortaan zal de Hoge Raad tot uitgangspunt nemen dat zich een bijzondere omstandigheid voordoet, wanneer het financiële belang bij de procedure minder dan € 1.000 bedraagt, en de redelijke termijn met niet meer dan 12 maanden is overschreden. (...)Lees meer07 juni 2024
Precariobelasting / Algemeen geformuleerde restbepaling onvoldoende voor toepassing overgangsregeling
De heffingsambtenaar van de gemeente Uitgeest heeft in december 2019 aan X, een netbeheerder, op basis van een restbepaling in de verordening aanslagen precariobelasting opgelegd voor het gasleidingnetwerk voor de belastingjaren 2016 en 2017. Het hof oordeelde dat het de gemeente niet was toegestaan om op basis van deze restbepaling na 30 juni 2017 nog precariobelasting te heffen voor de gasleidingen (nieuwsservice 2023, week 8). De Hoge Raad oordeelt dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat de tijdelijke uitzondering alleen is bedoeld voor gemeenten die “op 10 februari 2016 een tarief (…) hebben opgenomen in een belastingverordening voor precariobelasting op nutsnetwerken”. (...)Lees meer31 mei 2024
Formeel / Link naar internetpagina met op de zaak betrekking hebbend stuk, nieuwe lijn vergoeding griffierechten
In hoger beroep stelde X dat de heffingsambtenaar op grond van art. 8:42 Awb niet mocht volstaan met het overleggen van delen van de begroting. Het hof oordeelde dat deze klacht feitelijke grondslag mist, omdat de heffingsambtenaar in de bezwaarfase een link heeft gestuurd naar een website waarop de gehele begroting is te vinden. De Hoge Raad oordeelt dat de begroting in haar geheel een op de zaak betrekking hebbend stuk is. Het uitgangspunt dat aan art. 8:42 Awb alleen kan worden voldaan door een op de zaak betrekking hebbend stuk in papieren vorm aan de rechter te doen toekomen, is onjuist. Indien het bestuursorgaan een op de zaak betrekking hebbend stuk dat via internet algemeen toegankelijk is in het geding wil brengen, kan het daartoe in beginsel volstaan met een aanduiding van de website waarop of via welke dat stuk te vinden is.(...)Lees meer31 mei 2024
