Misbruik van procesrecht inzake naheffingsaanslagen parkeerbelasting

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat X misbruik van recht heeft gemaakt met de procedures tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting (nieuwsservice 2021, week 11, ECLI:NL:RBZWB:2021:1103). Het hof behandelt het hoger beroep van X tegen de uitspraak van de rechtbank samen met de hoger beroepen tegen de uitspraken van de Rechtbank Oost-Brabant en de Rechtbank Limburg. Het hof onderschrijft de conclusie van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat X naheffingsaanslagen parkeerbelasting heeft uitgelokt. Het hof voegt daaraan toe dat sprake is van een patroon van handelen. Uit het arrest van de Hoge Raad van 22 maart 2022 volgt dat het standpunt van X dat geen naheffingsaanslag kan worden opgelegd, niet is gevolgd. X heeft zijn hoger beroepen na dit arrest niet ingetrokken, maar procedeert in alle zaken door en neemt daarbij stellingen in die hij ook in de cassatieprocedure heeft ingebracht. Hieruit blijkt dat het X niet te doen is geweest om een oordeel over de juistheid van zijn standpunt dat geen parkeerbelasting is verschuldigd als gedeeltelijk op het trottoir wordt geparkeerd. Het uitlokken van deze naheffingsaanslagen en het stelselmatig inzetten van rechtsmiddelen daartegen heeft geen ander doel dan het genereren van inkomsten in de vorm van proceskostenvergoedingen, dwangsommen en immateriële schadevergoedingen. Een andere aanvaardbare verklaring voor deze werkwijze ontbreekt.  

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 25 januari 2023, nrs. 21/00570 t/m 21/00597, 21/00855, 21/00345 en 21/00346, ECLI:NL:GHSHE:2023:256

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.