27 november 2024
Afvalstoffenheffing / Heffingsambtenaar mocht aanslag in afwijking van de voorkeursvolgorde opleggen
X betoogt dat de heffingsambtenaar ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan de Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie. Volgens de rechtbank heeft de heffingsambtenaar niet in strijd met de beleidsregels gehandeld. De voorkeursvolgorde is erop gericht de aanslag op te leggen aan degene die in staat geacht mag worden de belasting te betalen, er kan daarom ook een andere keuze gemaakt worden. X is eigenaar van het perceel en verhuurt kamers in de woning via tijdelijke huurovereenkomsten. X mag in staat worden geacht de belasting te betalen: juist voor het geval van X is de Wm gewijzigd om de inning te vereenvoudigen. (...)Lees meer01 oktober 2024
Formeel / Verzending uitspraak op bezwaar aannemelijk
Gemachtigde van X heeft beroep wegens niet tijdig beslissen ingesteld, omdat hij de uitspraak op bezwaar niet heeft ontvangen. De heffingsambtenaar heeft aan de hand van schermafbeeldingen van de print- en verzendadministratie stap voor stap toegelicht hoe de uitspraak op bezwaar is verzonden. De uitspraak op bezwaar is in een batch van 7.598 documenten geprint, in een envelop gedaan en in een batch aangeboden bij PostNL. PostNL heeft de heffingsambtenaar laten weten dat er bij deze batch geen uitval heeft plaatsgevonden. De totalen van de 2D printrapporten komen overeen met het aantal geleverde documenten. Het vorderingsnummer, zoals vermeld op de schermprinten, komt overeen met het nummer op de aanslag. De uitspraak op bezwaar is op de juiste wijze bekendgemaakt. Lees meer13 september 2024
Leges / Tenten die 10 maanden hebben gestaan zijn aan te merken als bouwwerken
Tijdens de coronaperiode heeft de TU Delft aan X gevraagd om tenten op het evenemententerrein te plaatsen voor onderwijsactiviteiten. X heeft hiervoor een aanvraag omgevingsvergunning bij de RBG ingediend. X stelt dat geen omgevingsvergunning was vereist, omdat de tenten niet kunnen worden gezien als bouwwerken in de zin van de Wabo. Volgens de rechtbank is dat wel zo. Het zijn constructies van enige omvang die met de grond zijn verbonden. X heeft zelf op haar aanvraag ingevuld dat het gebruik 10 maanden zou duren. Dat is dusdanig lang dat sprake is van “ter plaatse functioneren”. X voert nog aan dat de leges te hoog zijn vastgesteld. (...)Lees meer10 juli 2024
Invordering / Voor bekendmaking via MijnOverheid is notificatie per e-mail niet vereist
X betoogt dat de invorderingsambtenaar ten onrechte aanmaningskosten in rekening heeft gebracht, omdat de naheffingsaanslag parkeerbelastingen niet op de juiste wijze is bekendgemaakt. X stelt zich nooit aangemeld te hebben voor de Berichtenbox van MijnOverheid en heeft ook geen notificatie per e-mail ontvangen. Logius, de beheerder van MijnOverheid, heeft op verzoek van de rechtbank inlichtingen gegeven. Daaruit blijkt dat X zich in 2016 heeft aangemeld. Vanaf februari 2020 is door X aangegeven berichten van de gemeente Rotterdam via de Berichtenbox te willen ontvangen. Uit de schermafbeelding van de elektronische verzendadministratie van de invorderingsambtenaar blijkt dat de naheffingsaanslag is bekendgemaakt via MijnOverheid. De aanmaningskosten zijn terecht in rekening gebracht. Voor een geldige bekendmaking via MijnOverheid is niet vereist dat X ook een notificatie per e-mail heeft ontvangen.Lees meer19 december 2023
Formeel / Beroep wegens niet tijdig beslissen is niet van rechtswege mede gericht tegen de uitspraak op bezwaar
De heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam heeft de gemachtigde van X meegedeeld dat de beslistermijn met 6 weken wordt verlengd. De ingebrekestelling op 3 januari is daarom prematuur. Op 25 januari is uitspraak op bezwaar gedaan waarbij de naheffingsaanslag parkeerbelasting is gehandhaafd. Het is niet mogelijk om, zoals gemachtigde heeft gedaan, op 21 maart een nieuwe ingebrekestelling in te dienen en vervolgens beroep wegens niet tijdig beslissen in te stellen (vgl. ECLI:NL:CRVB:2019:924). Omdat uitspraak op bezwaar was gedaan voordat beroep is ingesteld, is art. 6:20 Awb niet van toepassing, zodat het beroep wegens niet tijdig beslissen niet van rechtswege mede is gericht tegen de uitspraak op bezwaar (vgl. ECLI:NL:CRVB:2022:877). Voor conversie van het beroep wegens niet tijdig beslissen naar een reëel beroep is geen aanleiding. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.Lees meer04 december 2023
