03 februari 2026
Parkeerbelastingen / Overmacht als gevolg van storing
Het bedrijf van X beschikt over een bedrijfsparkeervergunning. X heeft na het intypen van de URL om de auto aan te melden een foutmelding gekregen. De heffingsambtenaar van Cocensus betwist de storing en stelt dat X via een parkeerapp de auto had kunnen aanmelden, dan wel parkeerbelasting had kunnen betalen. Met de foto van de foutmelding heeft X aannemelijk gemaakt dat de website een storing had, waardoor X de auto niet kon aanmelden. Uit de stelling van de heffingsambtenaar dat auto’s ook via een parkeerapp kunnen worden aangemeld, volgt niet dat het ten tijde van de storing mogelijk was om de auto aan te melden met een parkeerapp en dat deze aanmeldmethode aan X kenbaar is gemaakt. De rechtbank stelt daarom vast dat sprake was van overmacht. Van X mag niet worden verlangd dat hij, bij een storing, (ook) parkeerbelasting betaalt bij bijvoorbeeld een parkeermeter. De storing lag buiten zijn invloedsfeer, maar in die van de heffingsambtenaar. Lees meer22 januari 2026
WOZ / Prijsopdrijving door niet-handhaving verdisconteerd in marktwaarde
X betwist de waarde van de recreatiewoning en voert aan dat illegale ver- en uitbouw, permanente bewoning en landuitbreiding bij andere recreatiewoningen leiden tot een prijsopdrijving voor de recreatiewoning van X. De heffingsambtenaar stelt daartegenover, onder verwijzing naar een taxatiematrix en de gerealiseerde verkoopprijs, dat de vastgestelde waarde eerder te laag is. Zelfs als de rechtbank het standpunt van X volgt, valt de door X gerealiseerde verkoopprijs onder de marktwaarde. Als de rechtbank uitgaat van het standpunt van X, zou namelijk elke potentiële koper rekening houden met de mogelijkheid van permanente bewoning. De rechtbank kan dan de invloed van die mogelijkheid bij de beoordeling van de waarde niet wegdenken.Lees meer09 januari 2026
Reclamebelasting / Onderscheidende pandkleur vormt openbare aankondiging
De muren van het pand zijn grijs en groen gekleurd en de raam- en deurkozijnen, (rol)deuren, dakranden en boeidelen zijn geel gekleurd. De logo’s en handelsnamen van het bedrijf zijn aangebracht op borden voor en op het pand en bevatten eveneens de identieke kleur geel. X stelt dat de kleurstelling van het pand geen openbare aankondiging is. De rechtbank overweegt dat de gele kleur onderdeel is van de huisstijl van X en gebruikt is in de logo’s en handelsnamen. De kleur is onderscheidend en typerend voor de bedrijven van X en herkenbaar voor het publiek. De rechtbank oordeelt dat de geel gekleurde delen, in combinatie met de andere bedrijfsaanduidingen, een tot het publiek gerichte mededeling zijn. De aanslag reclamebelasting is terecht opgelegd. Lees meer15 oktober 2025
WOZ / Toepasselijkheid art. 30a Wet WOZ bij niet tijdig beslissen
Tussen partijen is in geschil of art. 30a Wet WOZ van toepassing is op het beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank overweegt dat op grond van art. 6:2 Awb het niet tijdig nemen van een besluit gelijk wordt gesteld met een besluit. Er is sprake van een beroep betreffende een besluit genomen op grond van het gestelde bij of krachtens de Wet WOZ en is artikel 30a Wet WOZ van toepassing. Onderhavige situatie, waarin het procesbelang hangende de beroepsprocedure is ontvallen doordat alsnog uitspraak op bezwaar is gedaan, dient gelijkgesteld te worden met de situatie waarin een bestreden besluit door de rechtbank wordt vernietigd of gewijzigd als bedoeld in art. 30a lid 2 onderdeel a Wet WOZ. (...)Lees meer28 augustus 2025
WOZ / Verlenen van zorg staat niet gelijk aan gebruik van de woning
In geschil is de objectafbakening. X is eigenaar van de onroerende zaak en de woning, welke beide een helft van één twee-onder-een-kapwoning vormen. De woning wordt bewoond door de schoonmoeder van X. Daarmee is volgens de rechtbank niet voldaan aan de voorwaarde dat sprake moet zijn van dezelfde gebruiker. De door X verleende zorg aan de bewoonster van de woning heeft niet tot gevolg dat voor de Wet WOZ het gebruik van de woning moet worden toegerekend X. Daarnaast zijn de objecten niet in constructief opzicht op elkaar afgestemd. De schoonmoeder en X wonen ieder afzonderlijk zelfstandig. De objecten behoren daarom ook niet naar de omstandigheden bij elkaar.Lees meer23 juli 2025
