Bijdrage voor onderhoud bij grafruimte in plaats van graf geaccepteerd
Belanghebbende is rechthebbende van een particulier graf op een gemeentelijke begraafplaats waarin twee grafruimten zijn. De heffingsambtenaar van de gemeente Oldebroek heeft aan belanghebbende een aanslagbiljet rechten gemeentelijke begraafplaatsen toegezonden waarop onder andere twee aanslagen onderhoudsrecht staan vermeld. In geschil is of de twee aanslagen in verband met de afkoop van onderhoudsrechten terecht zijn opgelegd.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeentelijke wetgever feitelijk heeft gekozen voor tariefdifferentiatie door aan te knopen bij het aantal grafruimten in plaats van het aantal graven. De rechtbank acht niet aannemelijk dat het genot van het algemene onderhoud van de begraafplaats van een rechthebbende op twee in één graf gelegen grafruimten groter is dan het genot van een rechthebbende op de enige grafruimte in een graf.
Het hof leidt uit de wetsgeschiedenis echter af dat sinds de inwerkingtreding van de Wet materiële belastingbepalingen gemeentewet in 1995 niet meer is vereist dat een differentiatie in tarief zich richt naar het genot dat de belastingplichtige heeft van de dienst. De gemeen-te(raad) moet in redelijkheid de ruimte worden gelaten te kiezen op welke wijze de te verhalen kosten, in dit geval voor onderhoud van de gehele begraafplaats, worden verdeeld over de rechthebbenden. De keuze om een vast bedrag per grafruimte te berekenen, waarbij wordt aangesloten bij het aantal overledenen dat kan worden begraven, in plaats van bij het aantal graven, acht het hof niet onredelijk. Strikt bezien is volgens het hof in de verordening ook geen sprake van tariefdifferentiatie, want als belastingplichtige is aangewezen de rechthebbende op een grafruimte en van elk van hen wordt eenzelfde bedrag geheven. Voor zover al sprake is van onderscheid, maakt de verordening dat onderscheid niet in het kader van het tarief, maar door de keuze van de belastingplichtige voor meerdere grafruimten in een graf. Hoewel geen onderhoud plaatsvindt aan de grafruimten als zodanig, profiteren de rechthebbenden op de grafruimten wel degelijk van het onderhoud dat aan de begraafplaats plaatsvindt. Dat is voldoende reden om van die rechthebbenden een bijdrage te heffen in de kosten van het onderhoud van de begraafplaats.
DATUM:
12 juni 2018
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2018:5275
ZAAKNUMMER:
17/01326
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
