Verordening onverbindend door onvoldoende geboden inzicht
De heffingsambtenaar van Dantumadiel heeft voor 2014 aan belanghebbende twee aanslagen begraafrechten opgelegd. Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt, welke de heffingsambtenaar ongegrond heeft verklaard. Tegen de uitspraak op het bezwaar heeft belanghebbende beroep ingesteld en gesteld dat sprake is van een overschrijding van de opbrengstlimiet, omdat onvoldoende inzicht bestaat in de begrote baten en lasten die ten grondslag liggen aan de tariefstellingen, de kostenposten en een verdeelsleutel voor kosten voor onderhoud en beheer. De heffingsambtenaar heeft enkel een grootboekspecificatie overlegd en stelt dat hiermee voldoende inzicht is verschaft en er geen overschrijding is van de opbrengstlimiet. Hij verwijst hiervoor naar een uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 maart 2016 in een eerder hoger beroep van de gemeente voor de lijkbezorgingsrechten waarin het hof oordeelde dat daarmee voldoende inzicht werd verstrekt in de raming van baten en lasten.
De rechtbank ziet geen reden om daarvan af te wijken en stelt dat het vervolgens aan belang-hebbende is om gemotiveerd te stellen waarom voor een of meer bepaalde posten in de raming redelijke twijfel bestaat of sprake is van een last ter zake. Belanghebbende heeft diverse posten aan de orde gesteld waarvan de rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de twijfel ten aanzien van die posten niet naar vermogen heeft weggenomen. De rechtbank concludeert daarom dat niet kan worden vastgesteld in welke mate de opbrengstlimiet mogelijkerwijs is overschreden waardoor niet kan worden volstaan met een vermindering van de aanslag vanwege partiële onverbindendheid van de Verordening, maar dat de Verordening in haar geheel onverbindend is.
DATUM:
17 april 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBNNE:2018:1379
ZAAKNUMMER:
LEE 16/357 en 16/358
INSTANTIE:
Rechtbank Noord-Nederland
