Sprake van constant debiet, dus tijdsproportionele monsterneming is mogelijk
Belanghebbende, exploitant van een visverwerkingsbedrijf, heeft een aanslag zuiveringsheffing bedrijfsruimte ontvangen. In geschil is of belanghebbende terecht in klasse 11 van de tabel afvalwatercoëfficiënten is ingedeeld.
De rechtbank volgt de heffingsambtenaar van GBLT in zijn uitleg dat in NEN 6600-1 onderscheid wordt gemaakt tussen batchgewijze lozing en continue lozing. Belanghebbende heeft ter zitting erkend dat bij haar geen sprake is van batchgewijze lozing. Aannemelijk is dat bij belangheb-bende sprake is van een constante waterstroom, met dien verstande dat het waterverbruik niet op elk moment exact hetzelfde is. De heffingsambtenaar heeft dit terecht aangemerkt als een constant debiet in de zin van de NEN 6600-1, zodat tijdproportionele monsterneming bij belanghebbende mogelijk is. Naar aanleiding van het bezwaar van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar de berekening in de uitspraak op bezwaar uitgebreid door daarin ook het ijs en water dat via tubs met filet wordt afgevoerd en het ijs dat bij het bedrijf van belanghebbende binnenkomt, op te nemen. Wat verder ook van deze berekening zij, ter zitting is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat de hoeveelheid water die via tubs is afgevoerd niet dusdanig is dat dit op zichzelf bezien zou kunnen leiden tot indeling van belanghebbende in klasse 10 van de tabel afvalwatercoëfficiënten.
DATUM:
03 april 2019
ECLI:
ECLI:NL:RBOVE:2019:1169
ZAAKNUMMER:
18/1517
INSTANTIE:
Rechtbank Overijssel
