Heffingsambtenaar veroordeeld in proceskosten wegens te laat verstrekken van informatie
Belanghebbende heeft in twee procedures hoger beroep ingesteld. In de eerste zaak is allereerst aan de orde of de heffingsambtenaar van het SVHW bevoegd was om de aanslagen namens de gemeente op te leggen. Daarnaast stelt belanghebbende dat de opbrengstlimiet ten aanzien van de afvalstoffenheffing is overschreden. In de tweede procedure ten aanzien van aanslagen die namens het waterschap zijn opgelegd is in geschil of voldoende inzicht is verschaft in de ramingen van de toerekenbare kosten inzake het zuiveren van het afvalwater.
Het hof oordeelt in de eerste procedure dat de heffingsambtenaar bevoegd is en dat hij ten aanzien van de drie in twijfel getrokken posten naar vermogen de twijfels van belanghebbende heeft weggenomen. Het hoger beroep is ongegrond.
Ten aanzien van de tweede procedure overweegt het hof dat de heffingsambtenaar pas in de laatste fase van de behandeling van het hoger beroep op aandringen van het hof de informatie verstrekt waaruit kon worden afgeleid dat de opbrengst van de zuiveringsheffing de kosten die daaraan zijn verbonden niet overschrijdt waardoor het hoger beroep ongegrond is. Naar het oordeel van het hof had de heffingsambtenaar het beroep en het hoger beroep echter kunnen voorkomen door belanghebbende uiterlijk bij het doen van uitspraak op het bezwaar al de informatie te verstrekken die hij uiteindelijk pas in de laatste fase van het hoger beroep heeft verstrekt. Hierin ziet het hof reden de heffingsambtenaar in de zaak betreffende de aanslag in de zuiveringsheffing van het waterschap te veroordelen in de proceskosten van belanghebbende. Voor een vergoeding van de door belanghebbende in bezwaar gemaakte kosten ziet het hof geen aanleiding.
DATUM:
01 augustus 2018
ECLI:
ECLI:NL:GHDHA:2018:2003
ZAAKNUMMER:
BK-17/00746 en BK-17/00747
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
