B&B-kamers zijn bedrijfsruimte
Waternet heeft namens de heffingsambtenaar van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht het gedeelte van belanghebbendes pand dat (mede) als bed en breakfast wordt gebruikt, aangemerkt als een afzonderlijke bedrijfsruimte en daarvoor een aanslag zuiveringsheffing bedrijfsruimte opgelegd. Belanghebbende woont zelf ook in het pand.
Het hof is van oordeel dat het pand niet als één afzonderlijke woonruimte kan worden gekwalificeerd, omdat het gedeelte dat voor B&B is bestemd blijkens de inrichting ervan afzonderlijk in gebruik kan worden gegeven. De B&B-kamers hebben een badkamer met toilet, een kleine koelkast, een zithoek, een waterkoker en een kapstok. Ook zijn de kamers beide van buitenaf toegankelijk zonder daarbij privé-vertrekken van belanghebbende te betreden.
Vervolgens is in geschil of het B&B-deel als een bedrijfsruimte kan worden gekwalificeerd. Van een bedrijfsruimte is sprake indien de ruimte, voor wat betreft zijn bedrijfsfunctie, voldoende zelfstandigheid beschikt. Die zelfstandigheid dient naar het oordeel van het hof te worden afgeleid uit de aard en inrichting van de ruimte, waarbij bepalend is of de gebruiker bij het gebruik van de bedrijfsruimte op een wijze waarvoor deze naar aard en inrichting is bestemd, meer dan bijkomstig afhankelijk is van buiten de ruimte aanwezige voorzieningen. Is dat laatste het geval, dan heeft de ruimte onvoldoende zelfstandigheid (vgl. Hof Amsterdam 27 mei 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ6732).
Naar het oordeel van het hof duidt de term ‘buiten de ruimte aanwezige voorzieningen’ in het bijzonder op fysieke voorzieningen, zoals sanitaire voorzieningen, en niet tevens op diensten zoals deze door belanghebbende worden verricht (wassen, strijken en het maken van het ontbijt). Gezien aard en inrichting beschikken de B&B-kamers, bezien vanuit hun bedrijfsfunctie, over voldoende zelfstandigheid.
DATUM:
21 januari 2016
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2016:310
ZAAKNUMMER:
15/00516 t/ 15/00518
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
