Geen strijd met EVRM, Grondwet of BuPo
In geschil is of de Verordening zuiveringsheffing van waterschap Hunze en Aa’s in strijd is met artikel 8 dan wel artikel 14 van het EVRM en/of met artikel 1 en/of 10 van de Grondwet en/of met artikel 17 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (BuPo).
Het hof stelt voorop dat de innerlijke waarde van de Waterschapswet, en ook van een rechtsgeldig vastgestelde verordening, de rechter niet ter beoordeling staat (artikel 11 van de Wet van 15 mei 1829, houdende algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk). Dat de Waterschapswet en de Verordening voor het afvoeren vanuit een woonruimte niet elk afzonde-lijk individu in de heffing betrekken en de omstandigheid dat de Waterschapswet en de Verordening niet voorzien in een verhaalsrecht op zijn medebewoonster, staan het hof niet ter beoordeling. Daarnaast kan de rechter een wet in formele zin en ook een verordening niet toetsen aan de Grondwet.
Belanghebbende stelt dat zowel de tariefstructuur, waarin aansluiting wordt gezocht bij bewoning door één persoon dan wel door een “gezin of daarmee gelijk te stellen leefeenheid”, als de omstandigheid dat belanghebbende (als oudste bewoner) is aangewezen, met de verdragsbepalingen in strijd komen. Daarbij stelt belanghebbende dat hij geen andere relatie met zijn medebewoonster heeft dan dat zij samen het appartement bewonen en hij wordt aangeslagen voor het geheel en de Verordening niet voorziet in een verhaalsrecht op medebewoners.
Het hof overweegt dat de Verordening niet over “gezin of daarmee gelijk te stellen leefeenheid” rept. Uit de artikelgewijze toelichting op de Verordening valt af te leiden dat de enkele omstandigheid dat er meer gebruikers zijn van een woonruimte voldoende is voor de vaststelling van het aantal vervuilingseenheden. De relatie tussen deze gebruikers wordt voor de heffing niet vastgesteld en is daarvoor ook niet relevant. Er is dus geen strijd met de verdragsbepalingen.
DATUM:
02 februari 2016
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2016:695
ZAAKNUMMER:
15/00205
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
