Gebruik door meerdere personen van hoofdwoning indicatief voor gebruik recreatiewoning
De heffingsambtenaar van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht heeft voor belanghebbendes recreatiewoning een aanslag zuiveringsheffing opgelegd, berekend naar een heffingsgrondslag voor gebruik door meerdere personen. Belanghebbende stelt dat de recreatiewoning door één persoon wordt gebruikt. De heffingsambtenaar heeft het aantal vervuilingseenheden vastgesteld op drie, omdat er op het hoofdadres van belanghebbende op grond van de BRP sprake is van een meerpersoonshuishouden.
Het hof acht het niet onredelijk om aan de omstandigheid dat belanghebbende op haar (primaire) woonadres met nog één persoon, haar zoon, staat ingeschreven, het voor weerlegging vatbare vermoeden te ontlenen dat sprake is van een huishouden van beide personen en dat geen sprake is van feitelijk gebruik van de recreatiewoning door één persoon. Dit vermoeden is vatbaar voor tegenbewijs. Met de door belanghebbende overgelegde verklaring van haar zoon is het vermoeden dat zij en haar zoon een huishouden vormen niet weerlegd en op grond van uitsluitend die verklaring is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk te achten dat de recreatiewoning feitelijk door één persoon wordt gebruikt. Hieraan doet niet af dat recreatiewoningen doorgaans minder intensief worden gebruikt dan een hoofdwoning. In het verleden heeft de wetgever op praktische gronden ervoor gekozen om aan het verschil tussen (gebruik van) een hoofdwoning en een recreatiewoning bij de forfaitaire bepaling van de vervuilingswaarde slechts gevolgen te verbinden voor recreatiewoningen die zich bevinden op een voor verblijfsrecreatie bestemd terrein dat als zodanig wordt geëxploiteerd (Kamerstukken II 1998/99, 26.367, nr. 3, blz. 11).
DATUM:
07 mei 2015
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2015:2002
ZAAKNUMMER:
14/00334 en 14/00335
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
