Meting, bemonstering en analyse niet vereist
Belanghebbende acht het niet redelijk dat de heffingsambtenaar van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht de zuiveringsheffing vaststelt op een vast bedrag en geen rekening houdt met de mate van watergebruik.
De rechtbank overweegt dat de Waterschapswet ervan uitgaat dat degenen die afvalwater afvoeren via het riool de kosten van het zuiveren van dit afvalwater betalen. In artikel 122h, eerste lid, van de Waterschapwet is bepaald dat de vervuilingswaarde van woonruimten niet per individuele woonruimte hoeft te worden bepaald. Dit betekent dat niet is vereist dat voor elke woonruimte het daaruit afgevoerde afvalwater moet worden gemeten, bemonsterd en geanalyseerd. Gelet op het tweede lid van dit artikel kán bij verordening worden bepaald dat de vervuilingswaarde geheel of gedeeltelijk wordt bepaald aan de hand van geleverd drinkwater. Het hoogheemraadschap heeft daar niet voor gekozen, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd is met het systeem van de Waterschapswet. Om praktische redenen wordt in de Waterschapswet uitgegaan van een vaste gemiddelde vervuilingswaarde per woning. In deze wet is bepaald dat de vervuilingswaarde voor woningen op 3 vervuilingseenheden (v.e.) wordt gesteld. Alleen als een woonruimte door 1 persoon wordt bewoond, wordt de vervuilingswaarde op 1 v.e. gesteld. Daar is hier gen sprake van, nu belanghebbende en zijn partner beiden in de woning wonen. Verder overweegt de rechtbank dat de zuiveringsheffing blijkens de toelichting op de Verordening zuiveringsheffing een middel is ter dekking van de algemene kosten van het zuiveren van afvalwater. In tegenstelling tot wat belanghebbende lijkt te veronderstellen, is dit geen retributie, waarbij de heffing tegenover een individuele dienst of prestatie moet staan.
DATUM:
02 oktober 2014
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2014:4224
ZAAKNUMMER:
14/00137
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
