Aanslag voor bouwgrond niet terecht
De heffingsambtenaar van de gemeente Middelburg heeft het bezwaar van belanghebbende tegen een gebruikersaanslag onroerendezaakbelastingen ongegrond verklaard. De Rechtbank Middelburg heeft het beroep ongegrond verklaard. Hof 's-Gravenhage heeft het hoger beroep ongegrond verklaard.
Bij het begin van het belastingjaar 2008 bestond de onroerende zaak uit 2 aaneengesloten percelen bouwgrond waarop belanghebbende voornemens was een hotel met bijbehorende parkeerruimte te bouwen. Daartoe is in december 2007 een bouwvergunning verleend. Op 1 januari 2008 hadden nog geen bouwactiviteiten plaatsgevonden. Het hof heeft geoordeeld dat belanghebbende de onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar 2008 niet heeft laten rusten, maar aanhield in afwachting van de voor de voorgenomen bouw van een hotel benodigde vergunningen en de afdoening van eventuele bezwaren daartegen.
De Hoge Raad oordeelt dat geen sprake is van metterdaad bezigen ter bevrediging van zijn behoeften wanneer belanghebbende sinds de verwerving van percelen bouwgrond op of aan de onroerende zaak zelf nog in het geheel geen werkzaamheden heeft verricht en deze slechts aanhoudt in afwachting van het definitief vaststaan van de voor de voorgenomen bouwactiviteiten vereiste vergunningen. Dat de onroerende zaak intussen aan belanghebbende ter beschikking stond, is op zichzelf onvoldoende om belanghebbende als gebruiker in voormelde zin te kunnen aanmerken (vgl. HR 22 juli 1985, nr. 22 649, BNB 1985/258).
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond en vernietigt de aanslag.
DATUM:
06 januari 2012
ECLI:
ECLI:NL:HR:2012:BV0250
ZAAKNUMMER:
10/02780
INSTANTIE:
Hoge Raad
