Verzoek om renteschade afgewezen
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd en aan zijn auto is een wielklem aangebracht. Belanghebbende is per taxi naar het betaalkantoor van de Dienst Stadstoezicht gegaan voor de betaling van de naheffingsaanslag en de kosten van de wielklem. Vervolgens is hij per taxi teruggekeerd naar zijn auto. De totale taxikosten bedroegen € 38. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam de naheffingsaanslag en de beschikking gehandhaafd. Belanghebbende is tegen deze uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Nadat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag in hoger beroep alsnog ambtshal-ve heeft verminderd tot nihil en de beschikking kosten wielklem heeft vernietigd is tussen partijen nog slechts in geschil in hoeverre belanghebbende recht heeft op schadevergoeding en vergoeding van proceskosten.
Het hof oordeelt dat voor schadevergoeding bestaande uit toekenning van de gevorderde vertragingsschade c.q. renteschade geen grond bestaat. Dit vloeit voort uit het arrest van de Hoge Raad van 2 september 2005, nr. C04/104HR, LJN AT2884. Hierin oordeelt de Hoge Raad dat de Invorderingswet aldus moet worden uitgelegd dat deze een uitputtende regeling bevat van de vergoeding van de onderhavige renteschade en dat daarnaast geen plaats is voor op het burgerlijk recht gebaseerde (aanvullende) vergoeding van compensatoire interessen, ook niet in het geval het betreft teruggaven van belasting wegens een naderhand door de belasting-rechter vernietigde aanslag en de Staat deswege uit onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de daardoor veroorzaakte renteschade. Ter zitting heeft de heffingsambtenaar zich alsnog kunnen vinden in vergoeding van de gemaakte taxikosten van € 38. De kostenvergoeding voor adviezen in rechtsbijstand wordt afgewezen. In het dossier bevindt zich geen enkel door een rechtshulpverlener opgesteld stuk. Belanghebbende maakt op geen enkele wijze aannemelijk dat hem in dezen beroepsmatig rechtsbijstand is verleend. De gemeente moet belanghebben-de wel de griffierechten voor het beroep en het hoger beroep vergoeden. Het hof verklaart het beroep gegrond.
DATUM:
29 oktober 2009
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2009:BK8743
ZAAKNUMMER:
08/01255
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
