Waardering bewijsmiddelen

Voor het Hof was in geschil een door de gemeente Sneek opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting van ƒ 83,-. Belanghebbende stelde daarbij dat deze aanslag ten onrechte was opgelegd. Hij stelde dat hij een gulden in de parkeerautomaat had gedaan, maar geen parkeerkaartje had gekregen. Het Hof oordeelde dat het beroepschrift duidelijk en gedetailleerd was opgesteld. Daarbij overwoog het Hof nog dat hetgeen door belanghebbende in het beroepschrift werd weergegeven een getrouwe weergave was van hetgeen is voorgevallen, omdat belanghebbende als hoofdagent werkzaam is bij de politie te Sneek (Hof te Leeuwarden 10 december 2001, nr. BK 904/00). Tegen deze uitspraak is door de gemeente beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad oordeelt dat ’s-Hofs oordeel berust op de aan het Hof voorbehouden waardering van de bewijsmiddelen, het bovendien niet onbegrijpelijk is en geen nadere motivering behoefde. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond. Eerder had de Advocaat-Generaal nog geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van de uitspraak van het Hof. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.