Niet aannemelijk dat belanghebbende tijdig bezwaar heeft gemaakt
In geschil is of belanghebbende tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting. De heffingsambtenaar van de Gemeente Den Haag stelt geen bezwaarschrift ontvangen te hebben en het bezwaarschrift is niet aangetekend verzonden. De heffingsambtenaar stelt dat sprake is van misbruik van procesrecht. Het bewijs van belanghebbende is het bezwaarschrift met machtiging en de verzendbewijzen daarvan. Die verzendbewijzen zijn kopieën van stukken, waaronder een factuur van PostNL die ziet op een dienst die bestaat uit het opmaken van een brief met de omschrijving bezwaarschrift en het verzenden van die brief naar de heffingsambtenaar. Daarnaast voegt belanghebbende stukken van een mail- en chatuitwisseling bij waarin in zijn algemeenheid gevraagd wordt of een brief van 2 pagina’s daadwerkelijk verzonden is.
Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij tijdig bezwaar gemaakt heeft, omdat niet aannemelijk is dat hij de stukken ter verzending heeft aangeboden aan PostNL. Het is niet duidelijk hoe de verwerking en verzending van de brief gebeurt en of dit wordt geregistreerd. Het hof merkt op dat de (professioneel) gemachtigde in de periode tussen het bezwaarschrift en de ingebrekestelling nooit contact gezocht heeft met de heffingsambtenaar. De vragen in de e-mail en chats zijn niet rechtstreeks aan PostNL gesteld, zijn te algemeen en er is geen duiding van de brief of bijlage toegevoegd. Het hof maakt hieruit op dat de gemachtigde van belanghebbende dit bewijs alleen heeft gebruikt om te kunnen voorwenden dat een bezwaarschrift met machtiging naar de heffingsambtenaar is verzonden.
DATUM:
11 januari 2019
ECLI:
ECLI:NL:GHDHA:2019:265
ZAAKNUMMER:
BK-18/00835
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
