Categorisch weigeren (telefonisch) horen is schending hoorplicht
Aan belanghebbende is door de heffingsambtenaar van de gemeente Maastricht een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd. Belanghebbende heeft in het bezwaarschrift verzocht te worden gehoord. Bij e-mailbericht heeft belanghebbende daarna verzocht om telefonisch te worden gehoord. Namens de heffingsambtenaar is per e-mail onder andere gereageerd dat in de gemeente deze vorm van horen niet wordt toegepast, omdat deze vorm niet voldoet aan de minimumeisen die in de Awb aan het horen in de bezwaarschriftfase worden gesteld en dat het aan het bestuursorgaan is om te bepalen of de mogelijkheid van telefonisch horen wordt opengesteld. Belanghebbende is vervolgens uitgenodigd voor een hoorzitting, maar daar is namens belanghebbende niemand verschenen. In geschil is de bevoegdheid van de ambtenaar die uitspraak op bezwaar heeft gedaan, de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag, alsmede de vraag of de hoorplicht is geschonden.
De rechtbank heeft geoordeeld dat belanghebbende onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij telefonisch moet worden gehoord en dat de heffingsambtenaar daarom al mocht weigeren om belanghebbende telefonisch te horen. Bovendien is belanghebbende nog in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord in een normale zitting, maar heeft hij daarvan geen gebruik gemaakt.
Volgens het hof heeft de rechtbank heeft terecht vooropgesteld dat de heffingsambtenaar gehoor moet geven aan een uitdrukkelijke en met redenen omklede wens van de belangheb-bende om telefonisch te worden gehoord, tenzij zwaarder wegende belangen aan de zijde van de heffingsambtenaar zich daartegen verzetten. Er moet dus altijd een belangenafweging worden gemaakt en het telefonisch horen kan niet categorisch worden geweigerd. Volgens het hof heeft de rechtbank echter veronachtzaamd dat belanghebbende in zijn e-mailbericht heeft gemotiveerd waarom hij telefonisch wenste te worden gehoord (kortweg: reisafstand/-tijd in combinatie met de verwachte duur van het hoorgesprek). De uitlatingen namens de heffingsambtenaar in het kader van de e-mailcorrespondentie met (de gemachtigde van) belanghebbende kunnen voorts bezwaarlijk anders worden uitgelegd dan dat telefonisch horen categorisch werd geweigerd. Met diens categorische weigering van telefonisch horen heeft de heffingsambtenaar in het onderhavige geval de hoorplicht geschonden. Het hof acht geen termen aanwezig om de schending van de hoorplicht met toepassing van art. 6:22 Awb te passeren en wijst de zaak terug naar de heffingsambtenaar met toepassing van art. 8:113 lid 2 Awb.
DATUM:
19 april 2018
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2018:1685
ZAAKNUMMER:
17/00210
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
