Bezwaar door niet-belastingplichtige, niet-ontvankelijk
Ter zake van het parkeren zonder geldige parkeervergunning en zonder geldig parkeerkaartje is een naheffingsaanslag opgelegd. Het aanslagbiljet is conform artikel 234, achtste lid, van de Gemeentewet op of aan het voertuig aangebracht. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze aanslag en stelt dat bij overschrijding van de parkeertijd met tien minuten geen aanslag wordt opgelegd. De auto is van een buitenlandse kennis van belanghebbende. Het bezwaar van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag werd ongegrond verklaard. In beroep oordeelt het Hof dat belanghebbende niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard in zijn beroep. Belanghebbende was noch de bestuurder noch de eigenaar van de auto, zodat belanghebbende niet geldt als belastingplichtige voor de parkeerbelasting. Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dat hij het verschuldigde bedrag aan parkeerbelasting niet in de automaat heeft geworpen en dat hij niet te kennen heeft gegeven de belasting te willen voldoen (artikel 225, vierde lid, van de Gemeentewet). Beroep gegrond.
Terug naar kennisbankDATUM:
30 september 2003
ECLI:
ECLI:NL:GHSGR:2003:AN8081
ZAAKNUMMER:
BK-02/03699
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
