Heffingsambtenaar had bij twijfel om overlegging ondertekende machtiging moeten vragen
De heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland stelt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is omdat er geen machtiging in het dossier zit. De gemachtigde van X heeft namens X bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking. Daaruit valt op te maken dat hij zich als gemachtigde voor X stelt. De rechtbank overweegt dat als de heffingsambtenaar al twijfel had aan het zich stellen van deze gemachtigde, het dan op zijn had weg gelegen om overlegging van een ondertekende machtiging te vragen. Dit heeft hij niet gedaan. De stelling dat nu er geen machtiging is, het bezwaar niet-ontvankelijk moet worden verklaard, is daarom juridisch niet steekhoudend en apert onjuist.
Terug naar kennisbankDATUM:
27 januari 2020
ECLI:
ECLI:NL:RBDHA:2020:731
ZAAKNUMMER:
19/4720
INSTANTIE:
Rechtbank Den Haag
