Tarief dient te herleiden zijn tot een uurtarief
Belanghebbende heeft geparkeerd in een ‘Zone Betaald Parkeren Dagkaarten’. Een dagkaart kost € 12,50. Belanghebbende heeft voor de duur van 38 minuten voor een bedrag van € 1 een parkeerkaart gekocht in de naastgelegen zone. Belanghebbende is van mening dat het ter plaatse geldende parkeerbeleid onvoldoende duidelijk is en dat niet nageheven kan worden over het bedrag van € 1, dat is voldaan.
Het hof oordeelt aan de hand van foto’s en kaarten dat het ter plaatse geldende parkeerregime voldoende duidelijk is. Verder stelt het hof vast dat het door de gemeente gehanteerde dagtarief op geen enkele wijze kan worden herleid tot een uurtarief. Dit terwijl uit artikel 234, vierde lid, van de Gemeentewet volgt dat uitgangspunt is dat de naheffingsaanslag wordt opgelegd over een parkeerduur van een uur. Het hof stelt verder vast dat een gemeente middels het heffen van parkeerbelasting in staat wordt gesteld haar parkeerbeleid vorm te geven en dat aan de gemeente in het algemeen een ruime beleidsvrijheid toekomt bij de vaststelling van de parkeertarieven. Echter, de wijze van heffen waarbij gedurende bepaalde tijdstippen een vast tarief van toepassing is, ongeacht de duur van het parkeren, is naar het oordeel van het hof in strijd met artikel 234, vierde lid, van de Gemeentewet. Uitgaande van de parkeerduur van een uur en gegeven de naheffing parkeerbelasting van € 12,50, is aan belanghebbende de facto een naheffingsaanslag opgelegd naar een uurtarief van € 12,50. Dit tarief acht het Hof, mede in het licht van het hoogste tarief per uur dat de gemeente in 2012 (€ 3), buitenproportioneel en daarom niet aanvaardbaar. Het hof is van oordeel dat de Verordening en de Tarieven parkeerbelasting strijdig zijn met artikel 234, vierde lid, van de Gemeentewet en dat de naheffingsaanslag vernietigd dient te worden.
DATUM:
14 maart 2014
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2014:731
ZAAKNUMMER:
13/00587
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
