Heffingsbevoegdheid bij combinatiepand

De heffingsambtenaar van de Regionale Belasting Groep heeft aan belanghebbende opgelegd een "aanslag bedrijfsruimte" in de verontreinigings- / zuiveringsheffing. Aan X, enig aandeelhouder van belanghebbende, is voor het pand ook een aanslag verontreinigings- / zuiveringsheffing opgelegd. Hiertegen is geen bezwaar gemaakt. In geschil is of de "aanslag bedrijfsruimte" terecht is opgelegd.
In het pand zijn een bedrijfsruimte en een woonruimte aanwezig. Volgens de heffingsambtenaar kan hij daarom zowel voor de afvoer van stoffen uit de bedrijfsruimte als voor de afvoer van stoffen uit de woonruimte aanslagen opleggen.
De rechtbank begrijpt dat belanghebbende in het pand haar bedrijf uitoefent en dat X met zijn gezin in het pand woont. Het bedrijfs- en woongedeelte van het pand staan met elkaar in verbinding. Binnen het deel van het pand waar X met zijn gezin woont bevindt zich een kantoorruimte die aan belanghebbende ter beschikking staat. Binnen het deel van het pand waarin belanghebbende haar onderneming drijft zijn de installaties opgesteld waarmee het hele pand wordt verwarmd en van warm water wordt voorzien. Onder deze omstandigheden vormt naar het oordeel van de rechtbank het deel van het pand waarin X met zijn gezin woont geen afzonderlijk deel dat moet worden onderscheiden van het deel van het pand waarin belanghebbende haar bedrijf uitoefent. Omdat er in het pand geen afzonderlijke woonruimte aanwijsbaar is en in het pand een bedrijf wordt uitgeoefend, dient het pand als één bedrijfsruimte te worden aangemerkt. Het pand heeft verschillende gebruikers - X, de leden van zijn gezin en belanghebbende - die als belastingplichtige in de heffing van de verontreinigings- / zuiveringsheffing kunnen worden betrokken. De heffingsambtenaar heeft voor het afvoeren van stoffen uit het pand aan X aanslagen opgelegd. Daarmee heeft de heffingsambtenaar zijn bevoegdheid tot het heffen van verontreinigings- / zuiveringsheffing voor het afvoeren van stoffen uit het pand uitgeput. Het stond de heffingsambtenaar niet vrij om na de oplegging en het onherroepelijk worden van de aan X gestelde aanslagen een andere gebruiker van het pand - belanghebbende - voor van hetzelfde belastbare feit - de afvoer van stoffen uit het pand - in de verontreinigings- / zuiveringsheffing te betrekken.
Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.