Visfileerbedrijf terecht aangeslagen voor de lozing van arseen
De heffingsambtenaar van het waterschap Zuiderzeeland heeft aan de rechtsvoorganger van belanghebbende een aanslag verontreinigingsheffing 2005 voor 867 v.e. opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar gegrond verklaard en de aanslag tot 840 v.e. verminderd.
De Rechtbank Zutphen heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Belanghebbende is gebruiker van een tot visfileerbedrijf dienende bedrijfsruimte van waaruit afvalstoffen op een zuiveringstechnisch werk in beheer bij het waterschap worden gebracht. In geschil is of belanghebbende terecht is aangeslagen voor de lozing van arseen. Belanghebbende betoogt dat op haar geen meetverplichting rust omdat, het aantal vervuilingseenheden minder dan 1.000 is.
Het hof leidt uit de wetssystematiek en de bewoordingen van de in de verordening genoemde uitzondering van meting af, dat de heffingsplichtige zelf een inschatting moet maken of hij in aanmerking komt voor de toepassing van de uitzonderingsbepaling. Wanneer hij op grond van deze inschatting de meting vervolgens achterwege laat en zijn inschatting blijkt onjuist te zijn, doordat de heffingsambtenaar aannemelijk kan maken dat het aantal v.e. met betrekking tot het geloosde arseen de franchise te boven gaat, kan deze onjuiste inschatting de heffingsambtenaar niet tegengeworpen worden. De heffingsambtenaar kan bezwaarlijk vóór de aanvang van het heffingsjaar van alle heffingsplichtige gebruikers van bedrijfsruimten beoordelen of hij voor elk van hen aannemelijk kan maken dat in dat heffingsjaar het aantal v.e. met betrekking tot bepaalde niet-zuurstofbindende stoffen de franchise te boven zal gaan.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
DATUM:
01 juni 2010
ECLI:
ECLI:NL:GHARN:2010:BM9134
ZAAKNUMMER:
09/00221
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem
