Niet gebleken dat meer kubieke meters zijn afgenomen dan gemeten zijn
Op 11 juli 2008 oordeelde de Hoge Raad dat sprake is van een bedrijfsruimte in de zin van de verordeningen en dat belanghebbende activiteiten op een festivalterrein organiseert en in verband daarmee water- en toiletvoorzieningen heeft laten treffen (nieuwsservice 2008, week 31). De Hoge Raad verwees de zaak naar het Gerechtshof ‘s-Gravenhage.
Belanghebbende heeft aangevoerd dat de watermeter alleen gedurende de periode van het festival op haar naam staat en dat zij niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor het watergebruik gedurende het gehele jaar. Voorts heeft zij aangevoerd dat de opgenomen meterstanden in de achtereenvolgende jaren nogal fors van elkaar afwijken en dat er kans is dat anderen de waterpomp hebben gebruikt.
De heffingsambtenaar van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht heeft o.a. aangevoerd dat voor het festival in 2003 de watermeter is geplaatst op 30 juni 2003 en is afgesloten op 15 augustus 2003. Dat is het tijdvak waarin het festival plaatsvindt.
Het hof is van oordeel dat belanghebbende onvoldoende heeft gesteld dat zou kunnen leiden tot de conclusie dat meer kubieke meters afgenomen water zijn gemeten dan het aantal kubieke meters dat tijdens de festivalweken wordt gebruikt, zodat belanghebbendes stelling moet worden verworpen. De hoogte van de opgelegde verzuimboetes acht het hof passend en geboden. Wel acht het hof redenen aanwezig de hoogte van de boetes te verminderen in verband met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, omdat ten tijde van het doen van de uitspraak nagenoeg zes jaren zijn verstreken.
Het hof verklaart het beroep gegrond.
DATUM:
17 februari 2009
ECLI:
ECLI:NL:GHSGR:2009:BH5898
ZAAKNUMMER:
BK-08/00263
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
