Recht van beklemming vervallen omdat beklemde meiers huur niet hebben betaald
Belanghebbende stelt dat de heffingsambtenaar van de gemeente Bellingwedde hem ten onrechte heeft aangemerkt als genothebbende krachtens eigendom, omdat er een recht van beklemming op het perceel bestaat.
Het hof heeft geoordeeld dat belanghebbende het feitelijke genot heeft van de grond, in ieder geval zo lang zich niemand bij hem aandient met een aanspraak op het gebruik van de grond krachtens het beklemrecht. Mocht iemand zich jegens hem beroepen op dat recht, dan kan belanghebbende zich jegens diegene beroepen op de bepaling uit de vestigingsakte op grond waarvan het recht van beklemming is vervallen wegens non-betaling. Belanghebbende kan zo nodig bij die gelegenheid een exploot doen uitbrengen voor het verkrijgen van een verklaring voor recht, ofwel in verweer het verval van het recht inroepen, aldus het hof. Belanghebbende heeft weliswaar gesteld dat zijn grond door een derde of door derden in gebruik is voor het houden van schapen, maar hij is daartegen niet opgetreden. Hij heeft dat gebruik aldus gedoogd, hetgeen meebrengt dat niet kan worden geoordeeld dat hij niet het genot heeft van de onroerende zaak, aldus nog steeds het Hof. Het doet hierbij niet ter zake of de houder van de schapen, naar later zou kunnen blijken, een van de beklemde meiers is; ook dan heeft belanghebbende, die op grond van het vervallen van het beklemrecht had kunnen optreden tegen het gebruik, dat gebruik gedoogd (nieuwsservice 2016, week 21).
In cassatie stelt belanghebbende dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het recht van beklemming van rechtswege is vervallen. In het gewoonterecht dat het beklemrecht beheerst, is niet meer onomstreden dat de eigenaar na wanbetaling het recht van beklemming vervallen verklaart.
De Hoge Raad overweegt dat belanghebbende er terecht van uit gaat dat de beklemde meier – met uitsluiting van de eigenaar – de genothebbende krachtens beperkt recht is aan wie de WOZ beschikking moet worden bekendgemaakt en de OZB aanslag voor eigenaren moet worden opgelegd. Daartoe is echter vereist dat het recht van beklemming op de van belang zijnde datum daadwerkelijk op de onroerende zaak rust. In de akte van vestiging van het beklemrecht is bepaald dat het recht van beklemming zal zijn vervallen indien de beklemde meier gedurende 3 jaren geen huur heeft betaald. Deze uitdrukkelijke bepaling in de akte waarbij het recht van beklemming is gevestigd, stelt eventueel gewoonterecht terzijde.
DATUM:
03 maart 2017
ECLI:
ECLI:NL:HR:2017:352
ZAAKNUMMER:
16/03134
INSTANTIE:
Hoge Raad
