Vrijstelling Haagse invaliden met gehandicapten bestuurderskaart

De heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag heeft een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Belanghebbende heeft een gehandicaptenparkeerkaart.
Het hof overweegt dat de in artikel 4a van de Verordening opgenomen 'Vrijstelling Haagse invaliden met gehandicapten bestuurderskaart' niet ziet op het parkeren met een gehandicaptenparkeerkaart, maar op het parkeren met een op naam van de houder van het voertuig gestelde vergunning. De in artikel 4b van de Verordening opgenomen 'Vrijstelling gehandicaptenparkeervergunning' ziet wel op het parkeren van een voertuig met een gehandicaptenparkeerkaart, maar is uitsluitend van toepassing op het parkeren op een algemene gehandicaptenparkeerplaats. Belanghebbendes stellingen dat de Verordening in strijd is met Europees recht volgt het hof niet. Het recht van de Europese Unie verplicht de lidstaten niet om toe te staan dat met een Europese gehandicaptenkaart zonder betaling gebruik kan worden gemaakt van een betaaldparkerenplaats. Verder kan de gemeenteraad zelf invulling geven aan onder meer de vrijstellingen van gemeentelijke belastingen. In deze autonome bevoegdheid mag de rechter in beginsel niet treden. Daarop geldt een uitzondering indien moet worden geoordeeld dat het ontbreken van een bepaalde vrijstelling in strijd is met enig algemene rechtsbeginsel, zoals het door belanghebbende ingeroepen gelijkheidsbeginsel. De (gemeentelijke) wetgever heeft, naar onder meer volgt uit het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 2 juni 1999, nr. 46757/99, BNB 2002/398 (zaak Della Ciaja/Italië), een 'wide margin of appreciation' bij de beoordeling of sprake is van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen alsmede of en in welke mate voor een ongelijke behandeling van gelijke gevallen een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Naar het oordeel van het hof is de (gemeentelijke) wetgever doordat hij de vrijstelling van parkeerbelasting voor het parkeren met een gehandi-captenkaart heeft beperkt tot de in artikel 4b van de Verordening genoemde gevallen, deze marge niet te buiten gegaan.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.