Aan gehandicaptenparkeerkaart gestelde voorwaarden bepalend
De heffingsambtenaar van de gemeente Vlaardingen heeft het bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting ongegrond verklaard. De Rechtbank Rotterdam heeft het beroep ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft gesteld dat de auto van belanghebbende stond geparkeerd op een invalidenparkeerplaats. Houders van een gehandicaptenparkeerkaart zijn voor 3 uur belasting verschuldigd naar een nultarief, indien deze kaart samen met een parkeerschijf zichtbaar achter de voorruit is geplaatst.
Het hof stelt dat het belanghebbende duidelijk kon zijn dat zij niet alleen een invalidenkaart maar ook een parkeerschijf achter de voorruit diende te plaatsen. De stelling van belangheb-bende dat zij geen inwoner van Vlaardingen is en daarom geen kennis had van de parkeervoor-schriften doet daar niet aan af. Indien een houder van een gehandicaptenparkeerkaart zich naar een andere plaats begeeft en daar met zijn gehandicaptenparkeerkaart gratis wil parkeren, dient hij zich te vergewissen van de in die plaats geldende regels. Dat belanghebbende geen kennis heeft genomen van de aanwijzingen op de bebording ter plekke komt voor haar rekening. Belanghebbende beroept zich op de verklaring van de algemene en de bijzondere rechten van de verstandelijk gehandicapte. Dit kan belanghebbende evenmin baten. Het staat de gemeentelijke overheid vrij om het parkeren door invalide personen te onderwerpen aan een parkeerbelasting en het te reguleren door het zichtbaar neerleggen van een parkeerschijf verplicht te stellen.
Het hof verklaart het beroep ongegrond.
(Gerechtshof 's-Gravenhage 27 september 2011, nr. BK-10/00263,
DATUM:
27 september 2011
ECLI:
ECLI:NL:GHSGR:2011:BU4039
ZAAKNUMMER:
BK-10/00263
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
