Geen intrekking bezwaar indien belanghebbende tijdens de bezwaarprocedure zijn gronden wijzigt
Belanghebbende heeft in bezwaar gesteld dat de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam de WOZ-waarde van de onroerende zaak te hoog heeft vastgesteld en heeft verzocht het taxatieverslag toe te zenden. In het bezwaarschrift staat dat indien de waarde op basis van het taxatieverslag toch juist blijkt te zijn, het bezwaarschrift ingetrokken zal worden. In een daarna ingekomen brief heeft belanghebbende vermeld dat de waarde marktconform en dus niet in geschil is. Omdat de onroerende zaak een leegstaand beleggingsobject is, moet de aanslag in de gebruikersbelasting echter worden vernietigd, aldus deze brief. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar gegrond verklaard, de aanslag gebruikersheffing vernietigd en een kostenvergoeding toegekend, uitgaande van de wegingsfactor 0,25 (zeer licht).
Het hof heeft geoordeeld dat er geen aanleiding is om bij de berekening van de kostenvergoeding voor de bezwaarfase een wegingsfactor voor het gewicht van de zaak van minder dan 1 in aanmerking te nemen. Het middel betoogt dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden, omdat belanghebbende zijn initiële bezwaar heeft ingetrokken en niet tweemaal tegen dezelfde aanslag bezwaar kan worden gemaakt.
De Hoge Raad overweegt dat ingevolge artikel 30, tweede lid, van de Wet WOZ een bezwaar tegen een WOZ-beschikking die is bekendgemaakt en verenigd in één geschrift met een OZB-aanslag, geacht wordt mede gericht te zijn tegen die aanslag, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt. In het bezwaarschrift komt belanghebbende op tegen de waarde en daarmee ook tegen de op die waarde gebaseerde aanslag. Het stond belanghebbende vrij om bij de aanvulling van de gronden van het bezwaarschrift zijn klachten tegen de WOZ-beschikking te laten varen en tegelijkertijd de gronden van zijn bezwaar tegen de OZB-aanslag kenbaar te maken. Anders dan het middel betoogt, kan niet worden gesproken van intrekking van het bezwaar en het maken van een - niet-ontvankelijk - tweede bezwaar.
DATUM:
27 januari 2017
ECLI:
ECLI:NL:HR:2017:75
ZAAKNUMMER:
16/03536
INSTANTIE:
Hoge Raad
